Cultuurcommunicatie
Gisteren
20 november 2007Fijn nieuws gisteren tijdens de dag van de cultuurcommunicatie. Paola246 behoorde samen met de campagne de Bib het leven van A tot Z en Bling Bling van het diamantmuseum tot de genomineerden voor het gouden schot op de dag van de cultuurcommunicatie. Drie sterke campagnes aldus de jury. Bij Paola246 prees de jury de creatieve manier waarop het project de bestaande webplatformen wist in te zetten en zo voor de nodige verwarring wist te zorgen binnen het online en het theatrale wereldje. Ze vond ook het uitgangspunt lovenswaardig, geen marketingstunt, maar een online theaterproject voor de 12% virtuele bezoekers van HETPALEIS en voor diegene die wel op het Net zitten, maar nog niet met theater in contact kwamen.
Winnaar van het gouden schot werd uiteindelijk het diamantmuseum dat voor de tentoonstelling Bling Bling - de kroonjuwelen van de hiphop een sterke samenwerking met jongeren uitbouwde en voor een ver doorgedreven randprogramma bij de tentoonstelling. De hip hop jongeren als ambassadeurs en als bezielers van het project.
Gepost door Ann om 10u22 | Permalink
5de Dag van de Cultuurcommunicatie
24 september 2007
Maandag 19 november ’07 is het zover: in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel heeft dan de 5de Dag van de Cultuurcommunicatie plaats.
K&L werd gevraagd om de communicatiecampagne mee te begeleiden.
-> www.dagvandecultuurcommunicatie.be
Gepost door Stefan Kolgen om 12u12 | Permalink
Kies! en APoD
19 juni 2007Ziehier een post over twee totaal verschillende dingen, de ene gaat over jongeren en musea, de andere over een podcast van Artsprofessional. Wie weet wijden ze binnenkort een aflevering over jongeren ;-)
- Kies! is de brochure die we via het MAS (Museum aan de Stroom) toegestuurd kregen. Het is een eindrapport met aanbevelingen voor een goede jongerenwerking. Het is een handig gidsje geworden met bijna 150 voor een MAS in Jonge Handen voor een MAS in Jonge Handen. Een best practice guide waarin alle tips bij werken met jongeren werden samengebracht. Spontaan rijst hierbij dan de vraag: En nu? Wat zal er concreet kunnen worden uitgewerkt?
En verder: Werd er rekening gehouden met de snelle ontwikkelingen binnen jongerencommunicatie ingegeven door de ontwikkelingen op het Web en via de mobiele communicatie? Kan er vlot op worden ingespeeld?
En tenslotte 1 tip: Wil je via geïnteresseerde jongeren de niet-geïnteresseerden bereiken, geef de gemotiveerde jongeren dan carte blanche!
Benieuwd naar het vervolg op deze aanzet dus.
De brochure vind je onder het linkje eindrapport op de MAS-website.
- APoD werd enkele maanden geleden gelanceerd door het vakblad Artsprofessional en brengt maandelijks een markante lezing rond cultuurmanagement en -marketing naar het Web. Enjoy!
Gepost door Ann om 17u06 | Permalink
Bundeling publieksonderzoeken HETPALEIS gepresenteerd
30 maart 2007'Meten is Weten' zegt het spreekwoord en de HETPALEISbezoeker zal dit geweten hebben. Tijdens de vorige subsidieperiode werden er in HETPALEIS 5 publieksonderzoeken uitgevoerd. 2 aan de zaal, 2 online en 1 in de basisscholen in Antwerpen rond Grootouders en theater. De resultaten van elk onderzoek kregen uitgebreid aandacht op bestuursvergaderingen van HETPALEIS. Telkens wou het bestuur er wel mee naar buiten treden, maar iedere keer opnieuw was er wel weer een onderwerp dat vroeg om extra onderzoek. Uiteindelijk werd einde 2005 toch beslist om de publieksonderzoeken te bundelen en te presenteren. De bundeling is er nu en ze werd gisteren gepresenteerd.
Naast een overzicht van de activiteiten van HETPALEIS tussen 2001- 2005 en de bundeling van onderzoeksresultaten wordt er ook gekeken naar wat zou kunnen zijn, zo wordt een bruggetje gemaakt naar de nieuwe subsidieperiode.
De bundeling was zeker geen sinecure. Welke criteria hanteer je, welke context schets je, op welke vragen wil je een antwoord? Samen met de dienst externe relaties en de directie van HETPALEIS werden deze elementen uitgeklaard en kon de verwerking van het beschikbare materiaal beginnen. Voor een onderzoeker is het altijd boeiend om te zien welke trends bevestigd worden en wat daar nu juist van afwijkt. Het is nog boeiender om te zien hoe de organisatie of instelling nu met deze resultaten aan de slag gaat en fijn om vast te stellen dat in het geval van HETPALEIS ze deze bedenkingen ook wil delen met de sector door het rapport te publiceren. Het was een inspirerend project en ik hoop dat u er ook inspiratie in terugvindt.
-> Publicatie: Een portret van HETPALEISpubliek 2001 - 2005: cijfers, feiten en wetenswaardigheden
Gepost door Ann om 15u20 | Permalink
Vlaamse Primitieven - De mooiste tweeluiken
8 maart 2007Na Washington, herbergt het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA) van 3 maart tot 27 mei een uitzonderlijke collectie diptieken. Deze mooie, sobere tentoonstelling brengt 30 pareltjes uit de schilderkunst samen. De tentoonstelling vormt het resultaat van 5 jaar onderzoek een brengt verschillende diptieken voor het eerst weer samengebracht. Zeker meer dan de moeite om even binnen te lopen. Na 27 mei gaan de werken weer elk naar hun eigen museum of collectie. Meer info vind je op de vernieuwde website van het KMSKA.
K&L coachte het communicatieteam van het museum voor deze tentoonstelling.
Gepost door Ann om 13u14 | Permalink
Radioboeken winnen 'Gouden Shot 2006'
5 december 2006
Radioboeken is ontstaan uit de wens iets te doen voor auteurs en lezers en met radio. Over televisie wordt genoeg gesproken.
Niets is mooier dan het vertellen van verhalen. Ouders die voorlezen zijn goede ouders maar zij die verhaaltjes kunnen vertellen en bedenken, zijn beter. Waarom geen unieke radiomomenten in het leven roepen? deBuren vroeg twaalf auteurs, zes Nederlanders en zes Vlamingen, om een verhaal - een Radioboek - te schrijven en dit éénmalig bij deBuren voor te lezen. Om het nog spannender te maken wordt met de auteurs en hun uitgevers afgesproken dat een Radioboek nooit in gedrukte vorm zal verschijnen. Radioboeken zijn een 'audiosignaal'.
De auteurs vonden het leuk om één verhaal te schrijven dat niet op papier zal verschijnen. Het Radioboek vervangt het boek niet, maar is er om via het luisteren nieuwe lezers te vinden voor de 'echte boeken'. Radioboeken geven ons een intiem moment met de auteur. 't Is net of zij of hij het voor jou alleen vertelt.
Toch zijn Radioboeken voor iedereen toegankelijk via radio of internet.
deBuren koos voor samenwerking met verschillende partners, voor vrije (onbetaalde) distributie. Met Radioboeken wil deBuren ook een nieuw publiek aanspreken en optimaal gebruik maken van digitale communicatie mogelijkheden.
-> Meer info over de Radioboeken van deBuren
-> Meer info over de Gouden Shot 2006
Gepost door Stefan Kolgen om 10u16 | Permalink
Rules of Engagement
17 november 2006Onder het motto 'Rules of Engagement' verzamelde de Britse, Schotse en Welsche Arts Marketeers vorige woensdag in Londen tijdens de jaarlijkse meeting van de Arts Marketing Association.
De keynote die mij het meest is bijgebleven en perfect aansluit bij de discussies die tijdens de studiedag 'Virtueel Publiek & Cultuurparticipatie' aan bod kwamen, is de keynote Whose Art is it Anyway? van John Knell. Het draaide allemaal rond Personalisation en de persoonlijke benadering van je publiek, enerzijds via op maat gemaakte paketten voor dat publiek, en anderzijds door dit publiek als co-producent te betrekken bij je instelling. Beide gebeuren al, maar eerder in verspreide slagorde en nog niet echt op een meer structurele basis in de sector.
Knell detecteerde twee vormen van participatie: de 'soft' participation en de 'hard' participation: De soft versie is eerder oppervlakking en voor de hand liggend en de harde versie vraagt meer inspanning en gaat een stuk dieper.
Voorbeelden van zachte participatie zijn de 'push & pull' marketing, de website, marketing rond de voorstelling, het ter beschikking stellen van digitaal materiaal dat dan kan herbruikt en geshared worden met anderen. Voorbeelden van de harde participatie zijn voor Knell: de participant die producer wordt, het publiek dat evolueert naar een creatieve participant en bijvoorbeeld meeschrijft aan een scenario. Deze laatste vorm van participatie is voorlopig nog eerder uitzondering dan regel, maar bvb. het Contact Theatre zette een heel creatief project op waarbij de bezoeker zijn/haar eigen staging kon doen van een stuk.
Knell is er zeker van dat deze uitzonderingen meer en meer mainstream zullen worden in de komende maanden, jaren en wel omwille van de ontwikkelingen binnen de soft - en hardware, de nieuwe ontwikkelingen binnen het internet, de nieuwe dynamiek die er vanuit de hoek van het publiek komt, de inzet van publieke gelden (in de UK bekijkt men momenteel hoe zowel reëel als virtueel optimaal op het publiek kan worden ingespeeld)., het succes van sites zoals youtube en myspace (de sociale netwerking, de passie die er uit spreekt, de snelst groeiende sites zijn deze die de mogelijkheid bieden om creaties en materiaal te delen met andere gebruikers en last but not least 'all of us are us' (zoals Laurence Lessig het zegt in We consume Culture).
En Knell besloot zijn keynote met een warm pleidooi voor een stap in de richting van die creatieve gebruikers, omdat dit de 'kwalitatieve kunst/cultuurbeleving' alleen verbetert. Dus niet te veel aarzelen, gewoon beginnen met te experimenteren en durven dingen los te laten. Knell is zich er van bewust dat dit voor artisten niet eenvoudig is, maar je krijgt er wel heel wat voor terug.
Net hier sluit deze keynote mooi aan bij de keynote van Gail Durbin van Victoria & Albert Online. Gewoon durven doen. Je weet vooraf niet of een project zal lukken, maar het loont de moeite om het te proberen. Het voegt ook een persoonlijke en vaak ook emotionele toets toe aan de werking en het imago van je instelling en...er bestaan geen foute antwoorden/creaties. Er zijn er misschien wel minder goede, maar die worden dan weinig bekeken, of krijgen reactie van de andere gebruikers.
Wat er virtueel gebeurt is een mooie aanvulling bij waar je instelling reëel voor wil staan, en kan mensen bereiken die anders nooit een stap in de richting van je huis, museum of organisatie zouden hebben gezet.
Waar ik het bij de diffrentiatie van Knell wel wat moeilijk heb is bij zijn omschrijving van 'actieve' en 'passieve' participatie. Als een participant besloten heeft om onder welke vorm dan ook te participeren in cultuur/kunst dan is hij geëngageerd en dus 'actief' betrokken bij het gebeuren, toch?
De keynote van John Knell was gebaseerd op zijn rapport 'Whose art is it anyway?' dat hij maakte voor de Arts Council of England (er staan heel wat inspirerende voorbeelden in). Ook interessant matiaal hieromtrent is de tekst van Charles Leadbeater 'Arts Organisations and the 21st Century' en 'Changing Places' van Peter Hewitt. Kijk ook nog even op www.virtueleparticipatie.be voor de verslagen van de werkgroepen en de keynote van mevrouw Durbin.
Gepost door Ann om 16u38 | Permalink
Kunst en economie, wij zien geen verschil
27 oktober 2006
Zo luidde de titel van het seminarie, zeg maar denktank, georganiseerd door Arteconomy. In een reeks van acht avonden werden ondernemers en mensen uit de kunst - en academische wereld samengebracht. Binnen een open en tegelijk kritisch denkkader werd de relatie tussen kunst en economie grondig werd onder de loupe genomen. Wat heeft kunst aan de economie te bieden en omgekeerd? Beide hebben hun eigen uitgangspunten, beide hebben hun eigen taal en beide hebben eigen doelstellingen. Toch bleken er ook heel wat raakvlakken te zijn: beide zoeken zingeving in wat ze doen en hierin kunnen ze elkaar creatief inspireren. Creativiteit en innovatie zijn hierin de sleutelwoorden. Respect tussen de partners is cruciaal om de relatie te laten lukken.
De neerslag van deze avonden is terug te vinden in het boek Kunstenaars en Ondernemers: een nieuwe relatie van de hand van Marc Ruyters. Het resultaat is een inspirerende werkboek met een vernieuwende kijk op kunst en economie.
Het fijne aan dit initatief is dat het niet bleef bij reflectie, maar dat er ook concreet projecten werden opgestart. Zo wordt de theorie onmiddellijk aan de praktijk getoest. Momenteel lopen er een zevental projecten in Westvlaamse bedrijven. Eentje is achter de rug en bracht kunstenaar Kris Vleesschouwer en Siemens samen voor een werk dat de kunstenaar creërde voor de tentoonstelling 'Jeunes Peinture' in Bozar (juni 2005). De samenwerking groeide verder uit en resulteerde in een werk van de kunstenaar binnen Siemens. Voor het bedrijf een manier voor een andere kijk op haar producten te zorgen, voor de kunstenaar een manier om zijn onderzoek gecombineerd met creatie en presentatie verder te zetten.
Voor de evaluatie van de projecten is het nog even wachten tot het najaar van volgend jaar. Wil je meer weten over de projecten en over de seminaries surf dan naar Arteconomy. Daar vind je ook meer informatie over het boek.
Gepost door Ann om 10u04 | Permalink
Kunst en Zaken: wederzijdse aanvulling en versterking vragen een investering van kunstensector én profit sector
16 juni 2006
Cultuurinstellingen en bedrijven hebben elk hun eigen bedrijfscultuur en zijn stricto senso twee gescheiden werelden. Als beide partners elkaar vinden, blijkt dat echter voor zowel bedrijven als cultuurinstellingen tot een win/win situatie te leiden. Ann Laenen bekeek de wisselwerking tussen kunst en economie vanuit Vlaams perspectief vanuit twee verschillende invalshoeken: vanuit de cultuursponsoring binnen het evenement Beaufort 2006 enerzijds en via de 'Kunstkamer' anderzijds.
Beaufort 2006
Wie een dezer dagen naar de Belgische kust trekt, kan er niet aan voorbij. Beaufort heeft zich opnieuw uitgestrekt over de ganse kustlijn. Deze triënnale voor hedendaagse kunst is dit jaar aan z’n tweede editie toe. Beaufort wil ‘kunst brengen waar de mensen zijn en een groot publiek laten kennismaken met artistieke kwaliteit’. ‘Daar komt bij dat de zee een prachtige metafoor is voor de kunst. Allebei zijn ze even vrij en onvoorspelbaar,‘ aldus bezieler Willy Van den Bussche, directeur van het Museum voor Moderne Kunst in Oostende (Beaufort 2006, Zeemagazine De Standaard).
Het Beaufort-project bestaat uit een ‘inside’ luik – een tentoonstelling in het PMMK met een overzicht van de verschillende deelnemende kunstenaars – en een ‘outside’ luik, met dertig werken, verspreid over tien kustgemeentes. Dertien daarvan werden speciaal voor de editie van 2006 gemaakt. Beaufort is een initiatief van het PMMK en de vzw ku(n)st, waarmee de link tussen kunst en economie meteen is gelegd. De vzw is namelijk gegroeid uit het Cultuurfonds dat naar aanleiding van de tentoonstelling Van Ensor tot Delvaux in 1996 werd opgericht en waaraan de stad Oostende, de Provincie West-Vlaanderen, Toerisme Vlaanderen, Westtoerisme (nu Westtoer),Stad Oostende en de toenmalige Kredietbank (nu KBC Bank & Verzekering) deelnamen. Ook na de tentoonstelling bleef het cultuurfonds bestaan om kleinere projecten te financieren. Toen in 2001 het idee groeide om een groot kunstproject op te zetten leek een vzw werkbaarder als structuur. In december van dat jaar werd vzw Ku(n)st opgericht, met de West-Vlaamse gedeputeerde voor cultuur, de heer Pertry, als voorzitter. Alle voormalige partners van het oude cultuurfonds stapten mee in de nieuwe vzw, met uitzondering van KBC Bank & Verzekering, dat verkoos op te treden als een externe partner, meer bepaald als ‘title sponsor’.
De eerste versie van Beaufort bereikte een heel divers publiek, zo blijkt uit het rapport dat door het WES werd opgemaakt. Men schat dat ongeveer 600.000 bezoekers kennismaakten met de buitenversie van Beaufort. Voor de tweede versie was het al makkelijker om financiële en andere partners voor het project te winnen. Momenteel steunen zes overheidspartners, zes bedrijven en zes mediapartners het project. Zeven bedrijven zorgen voor een belangrijke logistieke ondersteuning. Ook de tien kustgemeenten doen een belangrijke duit in het zakje. Door de vzw structuur was het mogelijk een kleine kern van medewerkers in dienst te houden tussen de twee Beaufort edities in, wat de relatievorming tussen het project en mogelijke partners zeer ten goede kwam. Alles staat of valt immers met persoonlijke contacten. Colette Castermans, verantwoordelijk voor de communicatie, en haar medewerkers staan steeds klaar om vragen op te vangen. Helaas ontbreekt het vaak aan tijd en mogelijkheden om alle partnerdossiers perfect op te volgen. Sommige partners zijn al tevreden met de vermelding van hun logo en maken amper gebruik van de door Beaufort voorgestelde sponsorpakketten, andere kiezen wel voor een gezamenlijk sponsortraject. Castermans constateert wel dat de eisen sinds begin jaren negentig een pak hoger liggen. Vroeger waren er enkele tenoren binnen de bedrijfswereld die onmiddellijk een fiks bedrag op tafel legden, maar niet veel aandacht schonken aan de return die ze daar voor kregen. Vandaag is het een stuk moeilijker om aan middelen te geraken en ligt de verantwoording hoger. Bedrijven willen zich vereenzelvigen met het project dat ze steunen. De vraag naar steeds weer ‘originele’ pakketen is groot. Castermans stelt vast dat de ‘belevingswaarde’ belangrijker geworden is. Een partner wil zijn personeel of cliëntèle de kans geven om het project ‘optimaal’ en in al zijn facetten te beleven. En dat is een uitdaging, want je wordt geacht om steeds origineler uit de hoek te komen en net dat ‘ietsje’ meer te bieden, waardoor de bezoeker er écht bij wil zijn.
Twee partners die al van bij het eerste uur bij het project betrokken waren, zijn KBC en De Standaard. Jef Plasmans, verantwoordelijk voor de sponsoring van de KBC, en Koen Meeusen, sponsorverantwoordelijke van De Standaard, hebben al een mooie samenwerkingsgeschiedenis achter de rug. Brugge 2002, Rubens 2004, Mechelen Stad in Vrouwenhanden en Beaufort, waren, zo blijkt, voor hen en voor de culturele partners fijne ervaringen. Zulk een ervaring bouw je op goed overleg, respect voor elkaar, een precies doel voor ogen en veel creativiteit. Verdeelt de KBC zijn sponsorbudget over sport, humanitaire projecten en cultuur, bij De Standaard bestaat momenteel 90% van de sponsoring uit cultuursponsoring.
Zowel Plasmans als Meeusen zien een duidelijke evolutie binnen de cultuursponsoring, die samenhangt met maatschappelijke evoluties en veranderingen binnen het bedrijfsleven. Midden jaren negentig startte er een professionalisering van de sponsoraanpak, zowel binnen bedrijven als binnen cultuurinstellingen. Een organisatie zoals de Stichting voor Kunstpromotie (nu opgeheven) werkte als intermediair tussen bedrijven een cultuurinstellingen. Stilaan geraakte haar rol uitgespeeld, omdat instellingen sponsoring ofwel binnen de zakelijke leiding, ofwel binnen de communicatie plaatsten. Instellingen als Antwerpen Open en Cultuurnet liggen, aldus de beide heren, aan de basis van deze professionalisering. Gesprekspartners nu zijn vaak marketeers of communicatiedeskundigen en dat helpt. Ook bij bedrijven wordt sponsoring een wezenlijk onderdeel van het marketingplan, want daar zit de sleutel. Omdat bedrijven partnerships beter willen kunnen inpassen in hun marketingbeleid werkt het steunen van ‘evenementen’ beter dan structurele engagementen. Zo wil KBC met ‘We hebben het voor u’ duidelijk maken dat de bank dicht bij de mensen staat, betrokken is bij de maatschappij en voor duurzaam ondernemen staat. Het bedrijf wil via sponsoring iets teruggeven aan de maatschappij. Het hoeft geen betoog dat cultuur in grote steden, zoals Ode Gand, Theater aan Zee, de Poezië-zomer van Watou, Theater op de Markt en Zomer van Antwerpen, met hun kwaliteitsvolle maar laagdrempelige evenementen binnen dit plaatje passen. Maar sponsoring wordt meer en meer als tool binnen de communicatie van KBC ingezet. Hiervoor zoekt de bank steeds naar de juiste partner om de boodschap over te brengen.
Als we peilen naar de strategische sponsordoelstellingen dan haalt Plasmans als eerste het imago-ondersteunende aspect aan, gevolgd door ‘mensen in contact brengen met cultuur’. Die laatste doelstelling werkt positief voor de marketing van het bedrijf en voor het uitbouwen van relaties. Voor Meeusen ligt dit in dezelfde lijn. Sponsormanagers zijn eigenlijk ‘merkenbouwers’ en het verhaal gaat verder dan een logo; het vertelt waar het bedrijf voor staat. Naast deze ‘branding’ zijn voor de krant ook het doelgroepenbeleid en het loyalty-programma voor de lezers belangrijk binnen een sponsorverhaal.
Beiden geven toe dat het aanbod enorm groot geworden is en de selectie vaak erg lastig. Naast een reeks criteria heeft De Standaard vooral oog voor de kwaliteit en de professionaliteit van het voorstel, houdt rekening met de spreiding van de sponsorportefeuille over de verschillende kunstsectoren en kijkt naar de openheid vanuit de cultuursector voor het partnership. KBC werkt pro-actief. Twee elementen; ‘Grote steden’ en ‘Jong Talent’, lopen momenteel als een rode draad door hun sponsoringstrategie. De bank steunt één groot kunstproject per jaar en kijkt voor de keuze daarvan graag naar de evenementen die door Toerisme Vlaanderen als topevenement omschreven worden. Ook voor hen is de bereidheid van de partner om creatief samen te werken van cruciaal belang. Zowel Meeusen als Plasmans onderstrepen dat een goede sponsor het culturele project niet overvleugelt, maar er juist iets aan toevoegt, zodat het voor beide partners meer oplevert dan een zuivere win/win situatie. Beaufort is daarvoor een voorbeeld. In 2003 concentreerden KBC en De Standaard zich op de tentoonstelling in het PMMK. Voor de editie van 2006 kozen ze voor het volledige project. Samen met de vzw Ku(n)st en uitgever Borgerhoff & Lambrigts geven ze de wandelgids ‘Ku(n)stgids 2006 Beaufort’ uit. Deze wandelgids is enerzijds een mooie actie voor de lezers van De Standaard en voor KBC een mooi extraatje voor klanten. KBC ging zelfs nog een stapje verder: men wist De Lijn (de Vlaamse Vervoersmaatschappij) te overtuigen om elke halte van de kusttram waar een werk van Beaufort te zien is van signalisatie te voorzien. Dit onderdeeltje kadert dan weer in het traject KBC ‘Gids aan Zee’, wat naast Beaufort ook het Strandpalenproject (voor de preventie aan de kust) van de bank omlijnt.
De Kunstkamer
Een wisselwerking tussen kunst en economie kan ook op een andere manier tot een win/win situatie leiden, zoals het model van de Kunstkamer aantoont. De Kunstkamer kwam er op initiatief van de Kamer van Koophandel regio Antwerpen-Waasland en heeft tot doel de culturele wereld en de bedrijfswereld dichter bij elkaar te brengen. De Kunstkamer bemiddelt niet tussen de cultuur en de bedrijven op het vlak van sponsoring, maar wil de know how van de bedrijfssector en de kennis van de cultuursector dichter bij elkaar brengen door initiatieven te lanceren die bedrijven doen nadenken over cultuur en die culturele partners anders leren kijken naar de bedrijfswereld. Uit een rapport door McKinsey bleek dat voor Antwerpen cultuur, naast toerisme, als één van de belangrijkste groeimotoren kan worden gezien. Een creatieve en culturele plek zal op termijn ook implicaties hebben op de economie en op de levenskwaliteit. Het is immers een plek waar het aangenaam vertoeven is en dus ook een prima plek om je bedrijf te vestigen. Na het rapport kwam het Routeplan 2012 en de werkgroep cultuur. De leden van de werkgroep, een mix van bedrijfsmensen en culturele actoren, proberen de culturele troef voor bedrijven uit te dragen. Hieruit groeide het motto: www.be. Geen nieuwe url, wel de afkorting voor werken, wonen, winkelen en beleven. Binnen het ‘be-levings’aspect komen de cultuuruitingen zoals muziek, beeldende kunst, dans en theater om de hoek kijken. Om het moto in realiteit om te zetten is een interne wisselwerking tussen de culturele en de economische wereld rond tastbare projecten nodig. Dit kan via het PPS-systeem (publiek-private samenwerkingen), maar ook via een ontmoetingsforum en via praktische en eenvoudige initiatieven. De werkgroep kwam tot de vaststelling dat er een gebrek aan kennis bestond vanuit de bedrijfswereld over cultuur en viceversa (routeplan 2012, Kamer van Koophandel en Nijverheid Antwerpen -Waasland).
Om de dialoog tussen de culturele en de economische actoren op gang te trekken werd de Kunstkamer geïnstalleerd. In se een groep van 20 regenten, gelijk samengesteld uit de bedrijfs- en de culturele wereld. De kunstkamer fungeert als ‘ontmoetingsplek’: de leden ontmoeten elkaar enkele keren per jaar in een bedrijf of een artistieke instelling en staat in voor een reeks kleine praktische initiatieven die de bedrijfs- en de culturele wereld dichter bij elkaar brengen. De bedrijfswereld legt bijvoorbeeld de culturele wereld de vraag voor naar kwaliteitsvolle, toegankelijke pakketten voor bedrijven die kunnen worden ingepast in de leefwereld van deze bedrijven. Aan de bedrijven werd gevraagd om een ‘cultuurcharter’ te ondertekenen. Van diegenen die het charter ondertekenen wordt verwacht dat ze een cultureel aspect integreren in de werking van hun bedrijf.
Momenteel wacht men bij de Kunstkamer de resultaten van de rapportering af om na te kunnen gaan waar en hoe het cultuurcharter gewerkt heeft. Het inplannen van een culturele activiteit in het bedrijf kan gaan van zéér concrete dingen, zoals het installeren van een leeshoekje in het bedrijf of het inlassen van culturele momenten binnen grote bedrijfsevenementen, tot het inzetten van bedrijfsknowhow in de raden van bestuur binnen de culturele sector. Bedrijven die hun expertise hiervoor willen inzetten laten zich opnemen in de ‘Board Bank’, een databank die de Kunstkamer beheert. Ieder potentieel bestuurslid geeft zijn/haar specialisatie aan. Is een culturele instelling op zoek naar een bestuurder met een bepaald profiel dan kan deze via de Kunstkamer beroep doen op de Board Bank. En last but not least is er het overzicht van unieke locaties binnen de culturele wereld en binnen bedrijven om culturele en bedrijfsontmoetingen te laten plaatsvinden. Er wordt vanuit de Kunstkamer momenteel zelfs bekeken of een traject zoals Artists in residence op termijn tot de mogelijkheid behoort. Kleine initiatieven dus, die niet veel engagement vragen, maar wel stap voor stap aan een betere wisselwerking werken tussen cultuur en economie in de regio Antwerpen-Waasland (Routeplan 2012, 2 jaar en route, KVK Antwerpen – Waasland, 2005).
Tot slot
We noteerden uit de gevoerde gesprekken vooral dat cultuursponsoring of ondersteuning van cultuur door de bedrijfswereld meer en meer rond ‘partnerships’ draait, waarbij beide partners duidelijk weten wat ze met het partnerschap beogen. Structurele steun dreigt het te moeten afleggen tegen meer project- of evenementgebonden investeringen vanuit de bedrijfswereld, omdat die beter in te passen zijn binnen hun marketing strategie. Imagovorming en het uitbouwen van relaties via cultuursponsoring zorgen ervoor dat de keuze van de projecten gelinkt is aan de filosofie van het bedrijf en vraagt naar sponsorreturns die een ‘optimale’ beleving van de cultuuruiting mogelijk maakt. Voor heel wat bedrijven is een logovermelding daarom niet meer voldoende. Zij willen via de sponsoring hun personeel en hun (potentiële) klanten een unieke ervaring meegeven. Dat maakt de uitdaging voor diegene die binnen de culturele instelling de returns opvolgt steeds groter, omdat je steeds origineler uit de hoek moet proberen te komen om nét dat ietsje meer te kunnen bieden. Toch toont een samenwerking zoals Beaufort 2006 aan dat als alle parameters goed zitten ook bedrijven voor een belangrijke meerwaarde kunnen zorgen binnen het culturele project. Een initiatief als de Kunstkamer toont aan dat ook via relatief ‘goedkope’ initiatieven cultuur veel kan betekenen voor de economie en omgekeerd.
Met dank aan Luc Muylaert (voor de Kunstkamer), Koen Meeusen, Jef Plasmans en Colette Casterman (Beaufort 2006).
Meer info over de Kunstkamer of het Cultuurcharter: cyriel.vantilborgh@kvkaw.voka.be.
Meer info over Beaufort: www.2006beaufort.be
Ann Laenen
consultant cultuurcommunicatie & management (ann@kandl.be)
Kolgen & Laenen bvba - Nieuwe Media en Cultuurcommunicatie (www.kandl.be)
Meer lezen:
Sommige van de thema’s die in de gesprekken aan bod kwamen, vind je ook terug in enkele rapporten rond de cultuursector en de bedrijfswereld. Hieronder een opsomming. Het is zeker de moeite om deze rapporten door te nemen.
Dit artikel verscheen eerder in MM Nieuws 4 en 5 jaargang 8/2006: Kunst en Economie
Gepost door Ann om 11u19 | Permalink
Educatie, publiekswerking, omkadering,...
21 april 2006De discussie rond educatie, publiekswerking, inhoudelijk omkadering voor het publiek etc... lijkt weer volop te lopen. Een fijne vaststelling, want uit deze discussies komen frisse impulsen en worden zij die er dagdagelijks mee te maken hebben aangezet om er even over na te denken. Het is zeker niet de bedoeling om binnen deze entry een analyse te maken van de complexe materie die met dit onderwerp samenhangt, maar wel om heel even stil te staan bij twee recente publicaties. Let wel bij de ene is er duidelijk sprake van de 'kunstensector' bij de andere is het breder te interpreteren en spreekt men van 'cultuurhuizen'.
Het Brussels Kunstenoverleg publiceerde onlangs een onderzoeksrapport over Kunsteducatie in het Brussels Hoofdstedelijk gewest. Met een overzicht van een heel aantal organisaties die in Brussel betrokken zijn bij kunsteducatie en de behoeften die leven in het werkveld. Het rapport sluit af met een aantal aanbevelingen gaande van erg praktische voorstellen zoals 'maak van kunsteducatie een aandachtspunt bij het opstellen van een lokaal cultuurbeleidsplan, zodat de cultuurbeleidscoördinatoren op lokaal niveau (19 gemeenten) samenwerking tussen kunstinstellingen en gebruikersgroepen kunnen stimuleren' en 'elke maand fungeert een andere kunsteducatieve organisatie als gastheer/gastvrouw voor de rest van de sector en stelt een selectie van zijn werkvormen en projecten voor' tot ruimte voor continue discussie en reflectie tussen de betrokken organisaties, zodat knowhow en ideëen sectoroverschreidend gedeeld kunnen worden.
Ook het extra e-zine van CultuurNet dat deze week in de mailbox viel, vraagt naar deze sectoroverschreidende reflectie. Het e-zine was volledig gewijd aan een traject van 'educatie naar bemiddeling tussen publiek en cultuuruiting binnen cultuurhuizen'. Het gaat op zoek naar wat de bemiddeling tussen cultuuruiting en publiek kan en zou moeten zijn. Het raakt even de vraag 'waarom?' aan en geeft enkele sumiere voorbeelden van hoe het zou kunnen. In vergelijking tot het praktijkboekje dat dezelfde schrijfsters Peggy Saey en Marijke van Eeckhaut eerder publiceerden voor CultuurNet, blijft deze tekst erg conceptueel en moeiljk hanteerbaar. Toch geeft dit artikel zeker nog heel wat stof tot nadenken.
Het is zeker positief cultuurinstellingen aan te zetten om over deze (en ik benoem het nu even als) inhoudelijke publieksomkadering na te denken en te bekijken hoe ze die het meest efficient kunnen inzetten binnen hun werking. De cultuurinstelling en het publiek zijn inherent aan elkaar. Een voorstelling, een tentoonstelling bestaat bij gratie van het publiek. Elk schakeltje dat tot die kunst/cultuurbeleving leidt (en daar ga ik volledig mee met wat in het artikel staat) is belangrijk. Lopende publieksonderzoeken in onder meer HETPALEIS en het MoMu geven aan dat de bezoeker niet alleen naar de voorstelling of naar de tentoonstelling komt, maar dat de weg naar de kunstinstelling, het hapje/drankje met vrienden en kenissen voor en/of na de voorstelling/tentoonstelling, het informatieblaadje en het bezoekerscomfort even belangrijk zijn voor een geslaagde avond als de voorstelling/tentoonstelling zelf.
De educatief medewerker of publiekswerker of... zoals de functie benoemd wordt binnen het kunst/cultuurhuis is het best geplaatst om samen met de medewerkers in huis te bekijken hoe de voorstelling/tentoonstelling best inhoudelijk omkaderd wordt zodat zij die er gebruik van willen maken dit ook kunnen. Je verplicht je bezoeker niet om voor de voorstelling naar een inleiding te gaan luisteren of om een informatief blaadje te lezen, maar je geeft hen wel de mogelijkheid om dit te doen als ze dit wensen.
Daar waar de tekst een vrijgeleide is voor de kunst/cultuur educatieve organisaties, is het verslag van het besloten seminarie terecht genuanceerder. De cultuurinstellingen kijken naar hun specialiteit en voegen zo een stukje toe aan het volledige culturele plaatje waaruit de gebruiker dan kan kiezen. De kunst/cultuur educatieve organisaties kunnen hierop aanvullend werken en hun overkoepelende expertise inzetten daar waar nodig, maar zij horen niet de plaats in te nemen van de persoon die verantwoordelijk is voor de inhoudelijke omkadering binnen een cultuurinstelling. Elk huis heeft immers, zoals uit het verslag van het besloten seminarie naar voor komt, zijn eigenheid. Elke kunstvorm heeft zijn eigenheid en vraagt dus om een 'eigen' omkadering. En meer nog segmenten uit je publiek vragen om een eigen spreektaal.
Of het de bedoeling moet zijn om uit het artikel van CultuurNet een grondvest voor de cultuurinstellingen te filteren is echter nog maar de vraag. Daarvoor lijkt me dit artikel toch iets te eenzijdig. Het thema is meer dan complex en is gewoon niet onder één hoedje te vangen.
Momenteel legt ondergetekende de laatste hand aan een doctoraal proefschrift over het 'waarom' van (en laten we het nu voor de gemakkelijkheid hebben over) inhoudelijke publieksomkadering. Ik heb me toegespitst op opera educatie (het werk is veel breder dan het woord educatie doet vermoeden) binnen enkele opera huizen in Europa. Het omgaan met de kunstvorm is uiteraard erg specifiek, maar de problematiek van het werk overstijgt de kunstvorm en sluit wel aan bij aspecten die in de twee geciteerde teksten terug te vinden zijn. Voor de definitieve resultaten van het onderzoek is het nog net iets te vroeg. Na de eerste onderzoeksfase werd wel een interim rapport opgemaakt waaruit de complexiteit en de warrigheid van de materie naar voor komt. Toen bleek al dat we niet op zoek gingen naar een 'éénduidige', maar een 'meerduidige' visie op het gegeven.
Gezien het werk zo divers is en vanuit zoveel verschillende hoeken benaderd kan worden, lijkt het me sterk dat we uiteindelijk tot een éénduidige defenitie zouden komen. Dat hoeft ook niet. Zowel de naam als de beweegreden achter het werk is zo afhankelijk van de aan de culturele instelling gelinkte interne en externe factoren, dat er vaak heel wat maatwerk bij te pas komt. Mij lijkt het dus zinvoller om enkele grote lijnen uit te zetten. Lijnen die als leidraad kunnen dienen bij het uitzetten, herdenken of profileren van het publieksomkaderende werk binnen het 'publieksbeleid' van een cultuurinstelling.
Die 'Inhoudelijke publieksomkadering' mag gerust breder gezien worden dan datgene wat in het artikel van Saey en Van Eeckhaut wordt aangehaald. Buiten de juiste zaalteksten en het informatieve blaadje, en buiten het werken met scholen is het ook de link tussen het cultuurhuis en de maatschappelijk kwetsbare groepen. Samen met de andere medewerkers binnen het cultuurhuis wordt dan nagegaan hoe mensen die normaal niet tot aan je instelling geraken, makkelijker de stap kunnen zetten. Hier is de samenwerking tussen externe communicatie, inhoudelijke publieksomkadering en intermediairen die in rechtstreeks contact staan met dit publiek cruciaal. Een project zoals 'een brug tussen twee werelden' toont aan dat het werkt.
Samenwerken met andere instellingen uit andere sectoren zorgt vaak voor een breder palet van mogelijkheiden voor hij/zij die wil deelnemen aan een secifieke kunstvorm, ook bij inhoudelijke publieksomkadering. Elke cultuurinstelling houdt zich bij zijn specialiteit, vult zo het plaatje aan en voorkomt zo dat er dubbelop gewerkt wordt.
Sectoroverschreidend overleg is binnen dit verhaal dan ook cruciaal. Niet alleen voor het uitwisselen van informatie en expertise, maar ook om de reflectie rond het thema gaande te houden. Ik juig de overkoepelende initiatieven van CultuurNet en het Brussels Kunstenoverleg dan ook toe. Tijdens de interviewsessies die ik voor de tweede fase van mijn onderzoek heb gevoerd kwam meermaals naar voor dat het ontmoeten van collega's Europees en Regionaal vaak als inspirerende en verfrissende momenten werden gezien, mét invloed op de eigen werking.
Eerder dan om aan een andere benaming te denken - daar zijn we op Europees vlak ook niet uit; diensten vinden de meest kleurrijke titel om hun werk te benoemen of blijven het gewoon 'educatie' noemen - lijkt het me vandaag dus zinvoller om na te gaan 'wat' er in Vlaanderen onder 'educatie' verstaan wordt en hoe het vanuit verschillende perspectieven zou kunnen worden ingevuld. De uiteindelijke keuze ligt dan bij de cultuurinstelling, want als het gegeven van de educatie of inhoudelijke publieksomkadering niet gedragen wordt door het hele huis, werkt het quasi niet of slechts moeizaam.
Gepost door Ann om 16u44 | Permalink
AMUZ opent op 13 januari de deuren
14 december 2005
Gisteren werd de aanloop naar de lancering van AMUZ (afkorting van Augustinus Muziekcentrum) ingezet. Op 13 - 14 en 15 januari opent de concertzaal in de Augustinuskerk aan Kammenstraat feestelijk de deuren.
Er werd een programmering uitgewerkt die oude en hedendaagse, vocale en kamermuziek, westers en niet westerse klanken met elkaar verbindt. Ze vertrekt vanui de concertreeks oude muziek, maar exploreert dus binnen het ruime muzieklandschap en zoekt naar boeiende confrontaties.
De ontwijde barokkerk zorgt voor een erg specifiek kader, waar de gekozen muziek volop tot haar recht kan komen. Met zijn 450 plaatsen vormt deze zaal een mooie aanvulling binnen het concertlandschap.
Drie ensembles in residence zullen in AMUZ een werkplek vinden: Hermesensemble o.l.v. Koen Kessels, Ensemble Explorations o.l.v. Roel Dieltiens en de ensembles o.l.v. Peter Van Heygen.
En tenslotte ontwikkelt AMUZ ook een receptieve werking. Zaal en foyer kunnen door ensembles, concertorganisatoren en bedrijven kunnen worden gehuurd.
De concertreeks 'concerten oude muziek' konden op een trouw en geïnteresseerd publiek rekenen, maar met de verhuis van het Elzenveld (waar nu de concerten plaatsvinden) naar de Augustinuskerk verdubbelt de capaciteit en hoopt AMUZ een ruimer publiek aan te spreken. Daarom werd er gekozen voor een 'frisse huisstijl' met een 'eigentijdse uitstraling'. Er werd ook gekozen om de de avondconcerten niet om 20 maar om 21 uur te laten beginnen zodat ook jonge ouders, of mensen met drukke professionele agenda's toch nog tijdig in het concert geraken en vanaf dan volop te genieten van een avondje ontspanning.
AMUZ zoekt ook aansluiting met de wijk en de hippe buurt rond de Kammenstraat. 2 januari reserveert AMUZ écht voor buurt en wijk. Zij zullen de eersten zijn om in de vernieuwde concertkerk een concert bij te wonen. 13 januari 's avonds volgt er dan een heus straatfeest en wordt het weekend warm ingezet. Meer informatie kan je vinden op de website van AMUZ, http://www.amuz.be.
Nu vrijdag 16 december start de kaartenverkoop, met gratis concerten (21:00 en 22:30). Afspraak vanaf 19u aan Kammenstraat 81.
K&L vond het alvast fijn om dit lanceringstraject te begeleiden.
Gepost door Ann om 17u42 | Permalink
Twee dagen debat rond cultuur en diversiteit in cultuurcentrum Berchem
16 november 2005Banlieues d'Europe hield de voorbije dagen hun twaalfde ontmoetingsdagen in Antwerpen. Stad Antwerpen , Cultuurcentrum Berchem, Fondation Evens en de Europese Gemeenschap zorgden ervoor dat de conferentie vlekkeloos kon verlopen. De recente problematiek in de Franse Banlieues beheerste natuurlijk de gesprekken, maar tijdens de twee dagen werden vooral ook ervaringen en vele vragen uitgewisseld.
Zo zette ondermeer Eric Corijn ons aan om op een andere manier te denken over de stad van morgen, Nic Lane van de archives/libraries van de museums of Londen lichtte toe hoe er vanuit hun instelling rond diversiteit gewerkt werd en vertegenwoordigers van de Stad Turijn lieten ons kennis maken met een cultuurbeleidsplan dat verschillende projecten rond diversiteit ontwikkelde op stedelijk niveau. Mohamed Ikoubaân van Moussem toonde aan hoe het is om te werken aan een intercultureel project binnen bestaande culturele instellingen en poetry slammer Georges Cyprien sloot het laatste debat of met een 'slam' die de multiculturele problematiek vanuit de kunstenaar belichtte.
Eén van de belangrijkste vaststelligen was zonder twijfel, de lage opkomst van onze allochtone collega's een aandachtspunt voor toekomstige ontmoetingsmomenten zoals deze, want het is maar door in openheid met elkaar te debateren dat er ook een stap verder gezet kan worden.
Voor zij die er niet bij waren. Vanaf de eerste week van december zullen de verslagen terug te vinden zijn op het online forum van cultuurcentrum Berchem. Je kan er dan ook je reacties kwijt rond topics die tijdens de ontmoetingsdagen aan bod kwamen.
Gepost door Ann om 13u25 | Permalink
Cultuurparticipatie
24 oktober 2005
Cultuurparticipatie is enerzijds het deelnemen aan een culturele activiteit en anderzijds het beleven van cultuur.
In de pers was er heel wat om te doen vorige week. Re-creatief Vlaanderen bracht de eerste resultaten van de grootschalige survey die in 2003 en 2004 in Vlaanderen gehouden werd rond de deelname aan het rijke en gevarieerde cultuuraanbod. Zij sluiten aan bij de eerste vorm van cultuurparticipatie. En er was het opiniestuk van Johan Sanctorum in De Standaard dat draaide rond de beleving van cultuur. Het ene sluit het andere zeker niet uit, meer nog het vult elkaar aan. Alleen zijn de cijfers van Re-creatief Vlaanderen gebaseerd op het deelnemen en is het opiniestuk van de heer Sanctorum gelinkt met beleving.
Ik mag maar hopen dat je als 'individu' geniet en soms geëmotioneerd wordt als je naar een voorstelling gaat of voor een kunstwerk staat. Kunst en cultuur gaan toch over passie?
Re-creatief Vlaanderen bezorgde ons vooral cijfers, cijfers, cijfers en nu is het aan ons om er mee aan de slag te gaan.
Een belangrijk en fijnmazig cultuuronderzoek. Van oktober 2003 tot oktober 2004 werd binnen een steekproef van 3000 ieder lid van het gezin tussen 15 tot 85 bevraagd over hun cultureel gedrag. 61% as bereid om deel te nemen, 20 % weigerde en 19% kon omwille van andere redenen niet geïnterviewd worden. In 83% van de gezinnen waar een mondeling interview plaatsvond werden schriftelijke vragenlijsten nagelaten.
De resultaten die donderdag 20 oktober werden voorgesteld, gaan terug op de mondelinge interviews. Om het resultaat van de schriftelijke enquêtes te kennen is het dus nog even wachten.
Toch konden er nu al enkele belangrijke trends afgelezen worden. Zo merken we onder meer dat:
- socialisatie cruciaal is bij cultuurparticipatie, naar een voorstelling gaan doe je niet alleen en na of voor de voorstelling ga je samen nog even iets eten of drinken.
- familie en vrienden bepalend zijn bij het deelnemen aan cultuur
- het opleidingsniveau bepalend is
- dé cultuurparticipant niet bestaat
- niet-participanten liever gewoon thuisblijven
- klassiekers beter in de markt liggen dan hedendaags werk en klassiekers van eigen bodem scoren beter dan klassiekers van elders, of anders gezegd liever 'Het gezin van Pamel' op toneel dan een Shakespeare.
- cultuursubsidies mogen, aldus de Vlaming
- de Vlaming kunsteducatie erg belangrijk vindt
- er een virtuele informatiebezoeker en cultuurbelever bestaat
- Vlaanderen scoort goed binnen Europa
Voor een groot stuk voorspelbaar dus… het sociale milieu en meer bepaald ouders en vrienden zijn altijd al bepalend geweest voor het cultuurbezoek. Bourdieu zei het in de jaren 60 al. Het opleidingsniveau is bepalend om al dan niet deel te nemen aan cultuur.
Gelukkig bestaat 'de' cultuurparticipant niet en is het profiel té complex naar leeftijd, geslacht en genre, want anders zouden we allemaal naar hetzelfde gaan kijken toch? En dat de scheiding tussen 'hoge' en 'lage' cultuur niet langer opgaat is een tendens die al langer zichtbaar is . Inspirerend is hier David Chaney's 'Cultural change in everyday life' uitgegeven bij Palgrave.
Niet-participanten blijven gewoon liever thuis…maar een deel van de geselecteerden nam bewust niet deel aan de enquête…Hoewel er naar niet-participatie gepeild werd, denk ik dat deze gegevens ons nog maar een tipje van de sluier lichten, want in feite zou er – kwestie van pendant voor de participanten – een onderzoek onder de niet-participanten gevoerd moeten worden. Spijtig ook dat om wille van ‘moeilijk meetbaar’ het inkomen niet als één van de parameters werd gebruikt, want men kan vermoeden dat mensen met een zéér laag inkomen niet participeren om wille van het kostenplaatje dat met de meeste vormen van cultuurbeleving gepaard gaat.
Fijn is het dan weer om vast te stellen dat de Vlaming subsidies aan de cultuursector gunt, wel maken we hier de kanttekening dat het vooral participanten aan deze of gene cultuurvorm zijn die op het aanbod van de interviewers ingingen.
Ook bemoedigend is het belang van de kunsteducatie. Wat je niet kent, daar ga je ook nooit voor kiezen. Inspirerend hier is het werk van Julian Johnson 'Who needs classical music? – cultural choice and musical value' van Oxford University Press.
Spijtig is dan weer dat de etnische afkomst van de cultuurparticipant niet af te leiden is uit het onderzoek, zeker met de nadruk die voor de culturele sector de laatste jaren lag en ligt op publieksdiffrentiatie en etnocommunicatie. Misschien een hint naar het beleid, mag ik hier verwijzen naar het 'new audiences' -programme dat de Arts Council of England de voorbije 5 jaar opzette: www.newaudiences.org.uk en waarbij de overheid een hele reeks projecten steunden die voor publieksverbreding zorgden.
… En wat we al merkten bij de online enquêtes van HETPALEIS, wordt nu voorzichtig bevestigd door de survey. Er bestaat een virtueel publiek dat zowel op zoek is naar cultuurinformatie als naar cultuurbeleving online.
We zijn goed bezig aldus de minister, maar iedereen weet dat het elke dag weer een uitdaging is om je publiek voor jou te winnen.
Gepost door Ann om 10u59 | Permalink
Van stedelijke website naar digitale stad
8 september 2005
K&L is vandaag te gast tijdens de studiedag Van stedelijke website naar digitale stad, georganiseerd door Kortom - Vereniging voor Overheidscommunicatie vzw.
Net zoals vorig jaar verzorgen we een lezing getiteld: "Recente ontwikkelingen binnen virtuele netwerking en de meerwaarde ervan binnen cultuurcommunicatie".
De begeleidende tekst is nu reeds beschikbaar en behandelt de nieuwe wijzen van netwerking, met als voornaamste voorbeelden weblogs, podcasting en SMS.
-> Download PDF.
Gepost door Stefan Kolgen om 11u15 | Permalink
ccBe en CO Sint-Andries: broer en zus
5 september 2005Met het oog op de start van het nieuwe cultuurseizoen, werden de websites van cultuurcentrum Berchem en cultureel ontmoetingscentrum Sint-Andries in een nieuw kleedje gestoken.

Beide websites werden uitgevoerd conform de 'huisstijl' van de stad Antwerpen, zonder de specifieke eigenheid van elk centrum te verliezen.
-> www.ccBe.be
-> www.cosintandries.be
Gepost door Stefan Kolgen om 14u05 | Permalink
cultuurweb.be - versie 1.0
31 augustus 2005
Cultuurweb.be is de cultuursite van de Vlaamse Gemeenschap. Hij werd ontwikkeld door CultuurNet Vlaanderen, op initiatief van van de Vlaamse minister van Cultuur.
Cultuurweb.be wordt gefaseerd geïntroduceerd, zodat eventuele kinderziektes, maar vooral de onvolledigheid qua cultureel aanbod in Vlaanderen, kunnen ondervangen worden.
Op een complete digitale gids voor alles wat er aan cultuur (in brede zin) in Vlaanderen te doen of te beleven valt, is het dus nog even wachten geblazen. Maar de ambitie is er alvast en dat betekent al heel veel.
Gepost door Stefan Kolgen om 16u27 | Permalink
AMA conferentie 2005 - Looking out, Looking in...
26 juli 2005
Vorige week organiseerde de Arts Marketing Association in het Barbican Centre in Londen de conferentie 'Looking out, Looking in'. Meer dan 500 deelnemers bogen zich twee dagen over topics rond kunst/cultuur en marketing.
Ik zet bewust het streepje tussen Kunst/Cultuur, want als één van de weinige niet Britten uit het Kunstprofessionele gezelschap, bleek al gauw dat zij met 'Culture' iets anders bedoelden dan ik. Als zij het vandaag (op professioneel niveau) over 'Culture' hebben, dan gaat het eigenlijk over de 'Kunsten'. Blijkt echter dat men nu eigenlijk niet zo gelukkig meer is met het woord 'Culture' en dat er hardop wordt afgevraagd of er niet moet worden gezocht naar een nieuwe taal, die sponsors en subsidienten meer zou moeten kunnen aanspreken, en hen daardoor ook weer beter te kunnen overtuigen om meer te investeren in de Kunsten. Volgens John Holden, van Demos, die het inspirerende essay 'Captering Cultures' schreef, zou de kunstwereld op zoek moeten gaan naar een nieuwe taal. Een taal die gebruik maakt van de 'intrinsieke, institutionele en instrumentele waarden' van Cultuur en daagde de aanwezigen uit om op een nieuwe manier over cultuur te denken. Helaas bleef zijn betoog bij de conceptuele vraag en kreeg je heel weinig zich op hoe je deze uitdaging, voor een volle zaal Kunstprofessionelen, aangaat. Misschien moeten we ons juist niet te veel zorgen maken over de taal, maar wel soms wat breeder denken.
David Gunn van het Henley Centre zette in feite en stap in die richting en waagde zich dan weer wel aan enkele modellen van 'kunstorganisaties gericht op de 21ste eeuw'. Organisaties die over de traditionele barrière durven stappen en waar er ruimte is voor experiment, voor het vrij uitwisselen en aanvullen van ideeën (zoals dat binnen de open source beweging bestaat), voor het anders omgaan met informatie - en kennisstromen. Het is de kunst om deze informatie - en kennisstromen binnen en buiten je organisatie te localiseren aldus Gunn en ze dan tot nieuwe connecties te leiden. Door rekening te houden met verschillende disciplines - ook niet kunstzinnige - kom je vaak tot verrijkende en verfrissend nieuwe resultaten. Of zoals Richard Pascale het zegt in 'Surfing the edge of chaos': Networks near the edge of chaos have the flexibility to adjust at an accelerated rote and trigger cascades of change'. Als voorbeeld haalde hij ondermeer de aanpak van Ars Electronica aan.
Naast het denken en spreken over Kunst/Cultuur was er ook veel ruimte voor 'Future Trends' en 'Brand Marketing' binnen deze veranderende maatschappij. Zo had je de de keynote van Melanie Howard, (the Future Foundation), en Stephen Cashman (strategisch kunst en toekomst consultant) zoomden in op de trends die zich vandaag in de maatschappij aftekenen en welke rol ze kunnen spelen in de toekomst. De trends klonken alvast vertrouwd in de oren: de positionering van de UK en opzichte van opkomende naties zoals China, diversiteit, herdefigneren van het zelfbeeld, flexiebel familieleven, meer keuzes, de kracht van mond aan mond reclame, snellere en 24 uur beschikbare informatie op het internet, aandacht voor de 'ervaringsgerichte' economie waarbij mensen vooral willen 'genieten' als ze naar een kunst/cultuurmanifestatie komen.
Maar ik heb eerder geboeid zitten luisteren naar Howard de Souza (van the Seven Partnership) die een zeer klare kijk gaf op Brand Marketing en het belang van je 'intern publiek', met name je medewerkers voor het welslagen van die Branding...of hoe je de kracht om met je 'Merk' te overtuigen, in je organisatie zelf vinden kan.
Gepost door Ann om 16u37 | Permalink
Verzameld werkT
14 juli 2005
Cultuur Lokaal, het steunpunt voor het Lokaal Cultuurbeleid, bracht onlangs 'Verzameld WerkT' uit. De publicatie brengt een staalkaart van wat er leeft in de Vlaamse cultuur - en gemeenschapscentra. Het is een boek geworden voor hij/zij die met de centra te maken krijgt, voor hij/zij die er in werkzaam is en voor hij/zij die er meer wil over weten, met onder de noemer 'duiding en reflectie' bijdrages van onder meer Rudi Laermans, Filip Rogiers, Greg Richards (Interarts), Wouter Davidts en Maarten Delbeke.
Een geschiedkundig overzicht aan het begin van de publicatie zet je op weg binnen het landschap. Over de toekomst van de centra binnen een veranderend cultuurlandschap, wordt aan het einde stilgestaan. Ook Rudi Laermans heeft het in zijn bijdrage 'bouwen aan een digitale polis' over die toekomst. Hij wijst onder meer op het belang van een 'veelzijdig beleid' met respect voor culturele diversiteit en sociale complexiteit, voor de nodige ruimte in de programmering zodat er kort op de bal gespeeld kan worden, voor zelfreflectie, voor het steeds op het scherp van de snee staan en voor netwerking.
Er wordt verder, aan de hand van praktijkvoorbeelden en portretten, ingezoomd op het aanbod, de verschillende doelpublieken, communicatie en uitstraling van de instellingen en de context van waaruit de centra werken.
Tussen de bedrijven door staan getuigenissen van artiesten, programmatoren en zij die van ver of dichtbij met cultuur-en gemeenschapcentra te maken hebben. Telkens werd hen gevraagd een boodschap mee te geven aan de centra. 'Buiten de muren durven gaan', 'weer een ontmoetingsplek worden', 'thematisch werken', 'aandacht voor het interculturele' zijn enkele van de voorstellen die uit de getuigenissen voorkomen.
De toenemende vraag naar zorg voor gemeenschapsvorming, culturele spreiding en participatie, culturele diversiteit en culturele competentie zorgt binnen de centra voor een belangrijke uitdaging en blijkt in vele gevallen al voor een vernieuwende kijk op hun werking te hebben gezorgd, maar de af te leggen weg is nog lang.
Het boek Verzameld WerkT kan besteld worden via Cultuur Lokaal.
Gepost door Ann om 11u59 | Permalink
E-cultuur en culturele organisaties, een schoorvoetend verhaal
13 juni 2005Onze cultuur wordt vandaag de dag geregisseerd door beeld en geluid. Neem het audiovisuele aspect weg en we kijken, voelen en denken volledig anders. De recente ontwikkelingen binnen de nieuwe media hebben er voor gezorgd dat we zelf creatiever kunnen omspringen met de elementen die deze beeldcultuur bepalen. We hoeven ons er niet door te laten leiden; we kunnen er ook ons eigen verhaal van maken als we dat willen. De digitale fotografie, digitale video en andere opnametechnieken zijn zo vereenvoudigd dat ook de thuisgebruiker snel en vlot met geluid en beeld kan omgaan en via het web creaties met anderen kan delen. Door snelle breedband verbindingen en recente aanpassingen binnen de mobiele telefonie is immers de verspreiding van audio, video en foto een stuk makkelijker geworden. Wat je vandaag op het Net zet, kan wereldwijd en onmiddellijk gelezen, bekeken en beluisterd worden. Uitwisselen van informatie is een stuk flexibeler geworden en vindt gemakkelijker zijn weg naar de eindgebruiker. Deze eindgebruiker kan een gelijkgezinde zijn die inlogt op een 'virtuele ontmoetingsplek', of hij/zij kan de grote massa vertegenwoordigen die gretig op zoek is naar up to date informatie.
Die groep eindgebruikers groeit nog steeds aan en is erg kritisch. Het zijn trouwens vaak cultureel geïnteresseerden die via het web op zoek gaan naar iets meer achtergrond informatie, liefst met audio of video verrijkt(1).
Waarden als originaliteit en authenticiteit krijgen door het internet immers een nieuwe betekenis. Creativiteit, expressiviteit en samenzijn worden mogelijkerwijs ook anders ingevuld. Zo ontstaat er als het ware een nieuwe digitale cultuur(2). Die digitale cultuur wordt mee bepaalt door wat men vandaag de dag kortweg 'e-cultuur' noemt.
Toegegeven, e-cultuur is geen eenduidig begrip, maar juist daardoor geeft het ruimte aan een brede invulling. e-cultuur zou zo het domein kunnen zijn waarin publiek en culturele instelling elkaar op een 'digitale' en 'interactieve' manier ontmoeten.
Meerdere studies geven trouwens aan dat de meeste mensen het internet gebruiken om informatie op te zoeken. Ze zijn zelfs heel streng tegenover het aanbod(3). Willen we vandaag voldoen aan de vraag, dan zullen we de aangeboden informatie toch iets dieper en interactiever moeten laten verlopen. Zo vormt er zich een e-cultuur die stilaan een integraal onderdeel van onze kennismaatschappij gaat uitmaken. Alleen blijkt de culturele sector er nog niet helemaal klaar voor en zoekt ze nog naar de juiste mogelijkheden. Kijken we bijvoorbeeld naar de festivals en evenementen die tijdens de zomermaanden straten, pleintjes en weiden laten bruisen van theater, muziek en andere activiteiten dan valt op dat in vergelijking met enkele jaren geleden nu bijna alle festivals gaande van Zomer van Antwerpen, Gentse Feesten tot Suikerrock in Tienen, Cactusfestival in Brugge, Het folkfestival in Dranouter, Graspop in Dessel, Rock Werchter, Theater op de Markt en tientallen meer (surf eens naar festivals.be) een eigen website of webpagina hebben met het volledige festivalprogramma en met enkele foto's, maar qua interactie met het publiek blijven de sites meestal beperkt tot een gastenboek, een mailinglist, soms het sturen van een e-card en online-ticketing. SMS-toepassingen, weblogs en games zijn zo goed als onbestaand. Bij muziekfestivals begint zich wel een trend af te tekenen, waarbij sponsors, zoals Alken-Maes, instaan voor mobiele en digitale interactie met het publiek.
Vaak hoor je dat het gaat om gebrek aan tijd, aan middelen en aan kennis om met de mogelijkheden van de nieuwe media binnen de dialoog met je publiek te experimenteren. De interesse en de wil is er wel, maar de stap naar de praktijk blijkt nog te groot. Ik verwijs voor deze redenering onder meer naar de beperkte studie die door Recreatief Vlaanderen(4) werd uitgevoerd.
Gebrek aan tijd: wil je up-to-date content, dan is inderdaad een regelmatige aanpassing van de inhoud van je website een must. Dit vraagt een investering van tijd en middelen, maar als deze investering gedragen wordt door de hele organisatie, weegt het niet op tegen de voordelen. Je publiek kan vlot en eenvoudig de laatste info vinden. Gebrek aan de nodige infrastructuur: blijkt dat de informatisering in de meeste culturele instelling vandaag vooral in de basisbehoefte kan voorzien. Blijkt dat in heel wat organisaties nog niet iedere computer van een internetaansluiting voorzien is of van een geluidskaart. Voor extra snufjes is het dus duidelijk nog net iets te vroeg. Gebrek aan financiële middelen om in nieuwe media te investeren: velen zien het belang en de mogelijkheden van het internet en de mobiele media binnen de dialoog met het publiek, maar de bedragen die vandaag vrijgehouden worden voor online communicatie zijn nog erg beperkt en soms zelf onbestaand. Binnen organisaties moeten gezien de beperkte middelen, keuzes gemaakt worden en dan wordt er meestal gekozen voor een extra artistieke investering, terwijl een grotere investering in het digitale/virtuele luik van je organisatie voor nieuwe verbreding van je publiek zou kunnen zorgen. Gebrek aan kennis: in de meeste organisaties is men al voldoende computervaardig, maar bestaat er nog een vorm van multimediale ongeletterdheid binnen de organisaties. Momenteel groeit iedereen gewoon op met de nieuwste communicatie- en informatietrends, voor de vorige generaties is dit veel minder het geval wat maakt dat het vlot omgaan met deze trends nog niet is ingeburgerd. Er bestaat dus nog wel echt 'koudwatervrees' bij het uitproberen van nieuwe digitale of mobiele communicatie-trends. Extra vorming en begeleiding kunnen al een heel stuk van deze vrees wegnemen.
Toch zijn er vandaag enkele, relatief goedkope en eenvoudige manieren om een stukje e-cultuur binnen je organisatie in te vullen:
Gastenboeken, vind je momenteel al terug op de meeste sites en geven je publiek de kans om commentaar achter te laten dat door iedereen gelezen kan worden. Online Fora, de ideale manier om met je publiek in dialoog te gaan. of om je publiek een vrijplaats te geven voor discussie zijn deze virtuele platforms die op een eenvoudige manier geïntegreerd kunnen worden in je website. Blogs, worden nog niet echt veel gebruikt binnen het culturele circuit, maar worden op commercieel en zakelijk vlak binnen communicatie sterk gepromoot, omdat ze je de kans geven om jezelf als expert te positioneren. Vergelijk het met ‘white papers’ die voortdurend geactualiseerd worden door de bezoekers van de Blog(5). Het is een log op het web; een virtuele plek waar je persoonlijke bedenkingen, ideeën en informatie kunt achterlaten onder de vorm van tekst, beeldmateriaal en audiofiles. De weblogger of blogger publiceert zijn schrijfsels rechtstreeks op het web. Deze 'postings' zijn meestal erg kort, linken door naar interessante artikels over hetzelfde onderwerp elders op het web en staan vaak open voor commentaar. De meeste blogs concentreren zich op één onderwerp en zijn erg up-to-date. Elke nieuwe 'posting' komt immers bovenaan te staan en heeft zijn eigen 'link' zodat andere bloggers naar deze posting kunnen verwijzen als ze willen of commentaar geven op de posting en zo de discussie rond het topic gaande houden. Voor heel wat onderwerpen zijn blogs beter up to speed dan doorsnee magazines en portaalsites, gewoon omdat het zo een snelle en efficiënte manier van 'online publishing' is. Blogs zorgen ook voor een snelle verspreiding van je boodschap door de bruikers, omdat heel wat bloggers commentaar geven op elkaar's blog en omdat ze vaak naar elkaar doorlinken. Door de gebruiksvriendelijke en vaak gratis software paketten Blogger, Movable Type en WordPress, is het vandaag voor iedereen mogelijk om te publiceren op het web en is het voor culturele organisatoren een goedkope en eenvoudige manier om in 'interactie' te gaan met hun bezoekers. Zie bvb. de DaPrice weblog rond dans op de website van cultuurcentrum Berchem. E-zines en RSS. Heel wat culturele organisaties werken met e-zines en e-maillijsten om hun publiek van de laatste veranderingen op de hoogte te houden. E-mail blijft het beste systeem als je aan one-to-one communicatie wil doen, maar in tijden van SPAM, Virussen, overvolle mailboxen en blacklists, vormt RSS dan weer de ideale oplossing. RSS is een toepassing van de internetmetataal XML. RSS bestanden worden veelal gebruikt om een webkopij in syndicatie te brengen. Gegevens van de website worden omgezet in een formaat zodat andere sites deze informatie automatisch in hun eigen omgeving kunnen tonen. Het is niet helemaal duidelijk waar de afkorting voor staat. Volgens sommigen staat de afkorting voor 'RDF Site Summary' of 'Rich Site Summary'. De meest gangbare verklaring is 'Really Simple Syndication'. RSS(6) wordt vooral gebruikt bij weblogs of nieuwssites om gebruikers telkens op de hoogte te kunnen houden van het laatste artikel of nieuws. RSS is volledig opt-in, wat betekent dat de gebruiker zelf moet aangeven dat hij de RSS-feed wil ontvangen. RSS-feeds worden gelezen binnen een RSS-reader, niet in de gewone e-mail box dus, wat het gevaar voor spam, filtering en verkeerdelijk verwijderen van berichten uitsluit. Om RSS bestanden te lezen is aparte software nodig. RSS lezers zijn er in vele soorten en smaken, betaald en niet betaald, voor Linux, Macintosh en Windows. Met sommigen kunnen louter RSS-feeds gelezen worden, met anderen kan ook geblogd worden en kunnen Usenetgroepen gebruikt worden. Mozilla Firefox bevat een ingebouwde RSSlezer onder de naam 'Live Bookmarks'.
Door RSS te gebruiken controleer je als organisator sterker je communicatie bij het doorgeven van belangrijke boodschappen of zelfs het reageren op pers. RSS laat je ook toe te monitoren waar en wanneer er over je organisatie op internet geschreven wordt.SMS–services. De mogelijkheden binnen interactieve communicatie via SMS (short message service) zijn legio: het is immers dé ideale vorm van last-minute en one-to-one of one-to-many communicatie, maar operatoren zorgen er voor dat het gebruik van SMS binnen communicatie nog erg duur blijft en bijgevolg niet de nodige ruimte krijgt om te groeien. Een recent rapport van Beltug pleit er dan ook voor om de prijs een sms-je sterk te drukken(7). Toch zijn al betaalbare vormen van SMS-communicatie mogelijk en is het vandaag al vrij eenvoudig om het systeem nu al te gebruiken in je informatieflow naar het publiek.
Bronnen:
(1) Rapporten, evaluatie online communicatie technieken HETPALEIS 2003 en 2004, http://www.hetpaleis.be.
(2)De Haan, J. – Huysmans, F. (2002) E-cultuur: een empirische verkenning, Den Haag, scp: http://www.scp.nl
(3) Cameron, F. (2002), World of Museums: Wired Collecions – the Next Generation, in Museum Management and Curatorship 19 (2), pp.309-315. Van Belleghem, insites.be.
(4)Bauwens, J en G. Nulens, ICT in het culturele veld: de vitaliteit van het virtuele, re-creatief vaanderen, workingpaper 2005-01: http://www.re-creatiefvlaanderen.be.
(5) David Winner, The History of Weblogs: http://newhome.weblogs.com/historyOfWeblogs
(6) All About Rss: http://www.webpronews.com, Alex Barnett, Email v RSS, let us move on: http://blogs.msdn.com/alexbarn, Frankwatching Blog: http://www.frankwatching.com
(7) BELTUG (Belgian Telecommunications Users Group), De opportuniteiten voor zakelijke SMS-toepassingen, april 2005; http://www.beltug.be.
Gepost door Ann om 16u33 | Permalink
Mannen, vrouwen en het internet
1 juni 2005De afdeling Statistiek van de FOD Economie maakte op basis van cijfers van InSites Consulting, de Faculteit Sociale Wetenschappen aan de K.U.Leuven, het Steunpunt Gelijkekansenbeleid aan de Universiteit Antwerpen en de Afdeling Statistiek van de federale overheidsdienst Economie een analyse over het internetgebruik in België.
Uit de analyse blijkt dat in december 2004 ruim 4,2 miljoen mensen van 15 en ouder regelmatig surfen. 45% van de internauten is vrouwelijk, 55% mannelijk. Vergelijken we deze cijfers met november 2002 dan zien we dat de vrouwen aan een flinke inhaaloperatie bezig zijn, met name een stijging van 2%. Opvallend is wel dat bij de groep 25 tot 34 jaringen er iets meer vrouwen zijn dan mannen (16% tov 15%), maar vrouwelijke senioren blijven voorlopig eerder zeldzaam.
De analyse geeft ook aan dat mannen zwaardere thuisgebruikers zijn dan vrouwen. Op de werkplek zie je amper verschil. 4% van de internauten surft zo'n 15 minuten per dag thuis, 13% zit van 30 tot 44 minuten op het Net, 22% 1tot 2 uur en 11% 2 tot 3 uur. 14% gebruikt het internet enkel op het werk of elders maar niet thuis.
Mannen gaan het vaakst op zoek naar nieuws en actualiteit, informatie rond computers, internet en ICT, muziek, financiële informatie en sport. Vrouwen surfen minder, maar e-mailen vaker. Ze bezoeken ook een kleinere varia aan sites. Nieuws en actualiteit komen ook bij hen in het lijstje voor en verder muziek, spelletjes en games, reizen en jobs. De grootste verschillen treden op voor erotische websites, auto's, computer, ICT en sport - wat bij uitstek mannelijke onderwerpen zijn - en ziektebeelden/ziekten, persoonlijke verzorging, koken en recepten, kinderen en gezin, voeding en kleding - onderwerpen die meer door vrouwelijke internauten worden bezocht.
Terwijl mannen meer aan pc-banking doen, software - muziek en films downloaden en routeplanners gebruiken, blijken vrouwen meer te communiceren via internet (e-mail, chat, versturen van een e-card) en gebruiken ze het medium makkelijker voor het zoeken van een job of voor het spelen van een spelletje.
Opvallend is ook dat 84% van de thuisgebruikers vandaag gebruik maakt van een snelle internetverbinding om efficient gebruik te kunnen maken van het Net. Ook informatie en interactiviteit via internet wordt steeds bewuster gekozen en door een steeds grotere groep als evident aanwezig beschouwd.
De analyse bevat verder een schat aan informatie en links naar onder meer de gender-studies van Agnetha Broos, Keith Roe en Laurence Claeys
[Bronnen: InSites Consulting, de Faculteit Sociale Wetenschappen aan de K.U. Leuven, het Steunpunt Gelijkekansenbeleid aan de Universiteit Antwerpen en de Afdeling Statistiek van de federale overheidsdienst Economie]
Gepost door Ann om 15u17 | Permalink
Jongeren & informatie in Europees perspectief
1 juni 2005CJP Nederland zorgde voor een vergelijkend kwalitatief onderzoek in 10 Europese landen rond jongeren en informatie. Eline Geursen en Jeroen Plemp deden in het kader van Youth Builds Europe deze studie.
Voor het eerst werd het mediagebuik voor jongeren op Europees niveau op een kwalitatieve manier onderzocht. Men koos voor focusgroepen, ingedeeld naar geslacht, leeftijd en onderwijsniveau. Gepeild werd naar meningen, opvattingen, verwachtingen, wensen en ontgoochelngen van jongeren in 10 landen die lid zijn van de European Youth Card Association (België is daar nog niet bij).
Uit de studie blijkt onder meer dat massamedia aan jongeren niet besteed is, ze staan er zelfs argwanend tegenover.'Internet' en 'vrienden' scoren dan weer wel hoog en vormen hun belangrijkste informatiebronnen. Hoe jonger de doelgroep, hoe meer ze de leeftijdsgenoten geloven. Internet heeft dan weer als voordeel dat het de aantrekkelijkste elementen van veel verschillende media combineert. Het is altijd en overal aanwezig. Je kan er informatie zoeken wanneer je wil. Je kan er entertainment vinden. Je kan er vrienden ontmoeten en het is interactief. Je zit als gebruiker zelf aan de knoppen en dus zelf bepalen wat je ziet of zoekt.
Jongeren zoeken allerei soorten informatie gelinkt met dingen die in hun leven belangrijk zijn: muziek, film, tv-shows, ahtergrond informatie over sterren en evenementen, roddels, cultuur, reizen, sport, auto's... De informatieaanbieder moet dus zowel rekening houden met jongens, meisjes, cosmetica en horoscopen als met opleiding, werk, drugs en politiek bij wijze van spreken. Hoe sterker iemand in een onderwerp geïnteresseerd is, hoe meer tijd hij eraan besteed. De informatiehonger is dan zo groot dat hij nauwelijks gestild geraakt. Daarvoor gaan ze dan ook constant gericht op zoek.
Voor onderwerpen die verder van hen afstaan, blijkt dan weer dat een mix van verschillende informatiedragers beter werkt. Eerst de passive media zoals radio, tv, tijdschriften om kennis te maken, dan de actieve media zoals internet, boeken en vrienden om zich te verdiepen in de materie.
De studie zoomt ook even in op het verschil tussen meisjes en jongens; bevinding hier is dat meisjes het internet vooral gebruiken voor contacten met vriend(inn)en en voor het opzoeken van emotionele informatie, fun of dingen voor school. Jongens daarentegen gaan veel interactiever te werk. Ze downloaden muziek en films, gebruiken photoshop en houden van forumsites.
Voor meer informatie betreffende deze studie kan je terecht bij Marjolein de Boer of Eline Geursen - CJP Nederland - Postbus 3572, 1001 AJ Amsterdam - Tel. 020 5210220
[Bron: Jongeren & informatie in Europees perspectief, Eline Geursen, Jeroen Plemp - CJP Nederland | via Frankwatching.com ]
Gepost door Ann om 10u33 | Permalink
Jongeren, cultuur en communicatie
18 december 2004
Deze entry wil gewoon even een heel handig werkje rond jongeren, cultuur en communicatie in de kijker stellen. In opdracht van Cultuurnet, CJP en CANON Cultuurcel schreef Franky Devos 'AMBRASSADEURS'.
In deze uitgave komen heel wat bruikbare tips naar voor en worden 'veronderstellingen over jongeren en cultuur' op een onderbouwde manier ontkracht vooral dan omtrent 'cultuurparticipatie' bij jongeren. Eigenlijk geeft het werkje een handig overzicht van de huidige evolutie binnen de communicatie rond jongeren en cultuur.
Verder gaat er de nodige aandacht naar 'cultuurparticipatie'. Naast de invloed van ouders en onderwijs op de cultuurkeuze van de jongere is actieve cultuurbeleving - met name actief deelnemen aan kunstcreatie - van cruciaal belang. Ook het sociale aspect - samen zijn met vrienden of aangespoord worden door vrienden- binnen de kunst/cultuurbeleving kan bepalend werken. Dit laatste blijkt trouwens ook uit de online enquête van HETPALEIS (2004) en wordt onderschreven in de eerste fase van het onderzoek dat ik in 2003 opgestart heb voor Educatieve Diensten in Operahuizen ism. de University of Leeds - School of Education.
Aanvullend bij het werkje Ambrassadeurs vormen de conferentieresultaten van A must or-muse - Arts and Culture in Education: Policy and Practice in Europe (Hagenaars, P., Ed. - 2002. Utrecht, Cultuurnetwerk Nederland.) en 'Who needs Classical Music?' Cultural Choice and Musical Value (Johnson, J. - 2002 - Oxford University Press) rond dit thema interessante aanvullende literatuur.
Gepost door Ann om 15u14 | Permalink
Cultuurnet laat van zich horen
13 december 2004Net voor de feestdagen pakt CultuurNet uit met de 2de Dag van de Cultuurcommunicatie. Deze keer rijdt de trein richting Brussel, waar een paar honderd communicatieverantwoordelijken en -medewerkers uit heel cultureel Vlaanderen verzamelen in het Paleis voor Schone Kunsten onder het thema 'Who's afraid of marketing?'.
Het cultuurparticipatiedebat van de afgelopen jaren deed flink wat stof opwaaien. Meer aandacht voor het publiek zou de kwaliteit van het aanbod of de collectie aantasten, zo vreesde menigeen. Meteen kwamen ook de pro's en contra's van publiekswerking, cultuurcommunicatie en cultuurmarketing prominenter op de voorgrond te staan. Vooral het woord 'marketing' moest het daarbij vaak ontgelden. Alsof het om iets ‘vies’ zou gaan… Maar is dit wel zo...?Nu Bert Anciaux opnieuw minister van Cultuur is, staat dit alles weer vooraan op de agenda. Tussen het culturele aanbod en het publiek tekent zich een complex spanningsveld af. Dit is het terrein waarop jullie allen werkzaam zijn en dat wij samen met jou op de 2de Dag van de Cultuurcommunicatie willen ontginnen. Aan de hand van recente expertise uit binnen- en buitenland bekijken we wat de mogelijke en wenselijke interactie is tussen aanbod en publiek.
K&L is aanwezig op deze 2de editie en leidt, tesamen met Annik Klaes van HETPALEIS, twee namiddagsessies rond 'Nieuwe Media'.
Maar dit is nog niet alles. Afgelopen vrijdag kondigde Cultuurnet de lancering van de langverwachte CultuurDatabank aan.
Via een getrapte lancering wordt de prille databank momenteel open gesteld voor diverse gebruikers (invoerders). In eerste fase beperkt voor een aantal test- en pilootpartners, nadien voor élke geïnteresseerde aanbieder van cultuurinformatie.
Gepost door Stefan Kolgen om 9u56 | Permalink
Herontdek P.P.Rubens 2004 in Antwerpen, cultuur en citymarketing kan.
23 september 2004Begin juli had in Valencia de 4de internationale conferentie binnen de reeks 'Communicating the museum' plaats. En hoewel het hoofdthema van deze meeting rond het promoten van het permanent aanbod binnen musea draaide, werd al snel duidelijk dat cultuurtoerisme en culturele citymarketing in deze een niet onbelangrijke rol spelen.
Als museum wil je met je collectie wel binnen een breder promotie kader meespelen, maar je wil daarin de eigenheid van je museum of culturele instelling bewaren en dat is niet altijd evident. Voor velen is het dan ook een zoektocht, naar de juiste vormen van samenwerking met de toeristische diensten en met de 'stad' of 'regio' om dat luik van de marketing, wat buiten het museum valt te versterken.
Een pasklaar antwoord bestaat hier niet echt, gezien je steeds rekening dient te houden met de omvang van de 'stad' of 'regio' en met de eigenheid van het museum of de culturele actoren in kwestie.
Als we naar de projecten met brede 'culturele' utstraling voor een stad of regio kijken dat zien we dat meestal de krachten gebundeld worden rond een bepaald thema. Neem bijvoorbeeld het Gaudi-jaar in Barcelona of de reeks ‘Culturele hoofdsteden’. Tijdelijk brengt men een team samen en worden samenwerkingsverbanden opgezet tussen overheid, toerisme en culturele actoren om het project zo groot en zo breed mogelijk in de kijker te zetten. Maar na het evenement valt de hele constructie weer uit elkaar, zwermt de knowhow uit en gaat alles weer zijn gewone gang.
Wil je enkele jaren later weer met een groter project uitpakken, dan begint het verhaal opnieuw. In Antwerpen heeft men dit vanaf VAN DYCK 1999 willen voorkomen.
Natuurlijk heb je niet elk jaar een groot 'evenement' en is het dus niet evident om de opgebouwde knowhow vast te houden, maar kleinere (tentoonstelling)projecten kunnen helpen om periodes met kleinere activiteiten te overbruggen.
Zo volgde na VAN DYCK 1999 onder meer een tentoonstelling project rond werk van de Vlaamse Primitieven Heerlijke Primitieven en had je in 2003 het werk van Panamarenko dat in de kijker werd gezet. 2001 werd dan weer een groot festivaljaar rond Mode en nu in 2004 staat de schilder Peter Paul Rubens in de spotlights.
Al deze projecten werden en worden gecoördineerd door ANTWERPEN OPEN VZW Deze autonome non-profit organisatie zorgt ‘continu’ voor de 'internationale culturele uitstraling' van de stad en dus ook voor een stuk van Vlaanderen. Je kan de ANTWERPEN OPEN zien als een onafhankelijke gobetween die 'culturele' en andere organisaties in de stad samenbrengt, een sterke band heeft met de stad en nauw samenwerkt met toerisme rond culturele projecten en evenementen.
Voor de financiering van de projecten kan de organisatie rekenen op cofinanciering en detachering van mankracht door de partners, aangevuld met stedelijke, gewestelijke en privé-gelden. Daardoor bewaart de organisatie haar autonomie ten opzichte van de stad en van de andere culturele actoren.
Als onafhankelijke mediator zorgt de organisatie er voor dat de integriteit van elke partner bewaard blijft zonder in te boeten op de kwaliteit en de kracht van het totale project waarin de desbetreffende actor meespeelt. Daar waar overkoepelende keuzes gemaakt dienen te worden, kunnen deze door de mediator gemaakt worden, zonder de eigenheid van de individuele partners in de weg te staan.
Neem bijvoorbeeld Rubens2004. Normaal zou, qua timing 2005 weer een groot festivaljaar geworden zijn in Antwerpen. Er gingen heel wat stemmen op om een nieuw 'Rubensjaar' te organiseren. Het was immers sinds 1977 geleden dat de schilder nog in de 'spotlights' had gestaan, vorsers vonden het weer tijd om met de nieuwe bevindingen rond Rubens uit te pakken en toeristisch gezien is de schilder is nog steeds één van dé toeristische troeven van de stad. Maar Lille2004 en heel wat steden ver buiten België beslisten daar anders over. In het kader van hun 'Culturele Hoofdstad'-jaar wilde het Noord Franse Rijsel uitpakken een grote Rubens retrospectieve en vroeg van bij de start steun van Antwerpen om dit te realiseren.
Niet 2005, maar 2004 zou dus 'Rubensjaar' worden voor Antwerpen. De stad profileerde zich naast de overzichtstentoonstelling in Rijsel als de plek waar Rubens leefde en werkte. Maar het imago van de schilder was wat stoffig geworden en dus dringend aan een opfris beurt toe, want de sporen die Rubens in de stad achterliet behoren nog steeds tot een belangrijk deel van het Antwerps cultureel erfgoed. Erfgoed dat heel wat 'hedendaags' potentieel in zich heeft. Rubens was immers ondernemer avant la lettre. Hij stond open voor heel wat culturen en had een brede interesse voor kunst en literatuur. Invalshoeken genoeg dus om en nieuwe, verfrissende kijk te krijgen op de man en zijn werk. Onder de noemer Herontdek P.P. Rubens 2004 werd een programma opgezet rond het permanent aanbod van Rubens in Antwerpen, met acht tentoonstellingen, drie nieuwe wandelingen, confrontaties tussen erfgoed en hedendaagse kunst, een Rubens-databank en een reeks randactiviteiten, zoals een reünie van alle 'Rubens' nazaten.
Een mix dus tussen tijdelijke en permanente acties, die ook na Rubens2004 blijven nawerken.
Partners van het eerste uur in deze zijn de Stedelijke Musea Antwerpen, Toerisme Antwerpen en ANTWERPEN OPEN VZW. Ook het Museum voor Schone Kunsten, het Rocockxhuis en de Erfgoedcel met de monumentale kerken zetten hun schouders onder het evenement. Carl Depauw, voormalig conservator van het Rubenshuis, neemt de artistieke leiding over het project in handen. ANTWERPEN OPEN tekent voor de coördinatie van de communicatie en de contacten met partners en sponsors.
Toerisme Antwerpen werkt actief mee aan de cultuurtoeristische doelstellingen van Herontdek Rubens2004 en trekt aanzienlijke middelen uit voor de communicatie op de toeristische markt. De dienst zet verder eveneens haar schouders onder de uitwerking van de drie nieuwe Rubens-wandelingen. Ook Toerisme Vlaanderen is al heel snel overtuigd van de cultuurtoeristische waarde van het project en zal er mee voor zorgen dat Rubens2004 één van dé topevenementen wordt voor 2004.
Maar hoe communiceer je een zo divers aanbod met evenzoveel verschillende partners, naar een publiek van kunstliefhebbers, citytrippers, jongeren, vorsers en stedelingen?
Gebruikmakend van de opgebouwde expertise sinds VAN DYCK 1999 werkte Antwerpen Open samen met Toerisme Antwerpen en de stad aan een centraal informatie en ticketingsysteem. De Rubens2004 lijn vangt zo heel wat vragen rond het project efficiënt en vlot op. Toerisme Antwerpen en Toerisme Vlaanderen nemen de toeristische communicatie in handen.
Vanuit ANTWERPEN OPEN VZW, in overleg met de partners, werden aan de hand van een SWOT-analyse de CultureeL-artistiek en cultuurtoeristisch doelstellingen uitgetekend.
Cultureel artistiek betekent dit:
- het artistieke meesterschap van Rubens op een actuele manier aan een brede bevolking te ontsluiten.
- een correctie doorvoeren ten aanzien van Antoon Van Dyck, die na 1999 te snel beschouwd werd als interessanter, fijner, aantrekkelijker en moderner dan zijn leermeester.
- de aandacht vestigen op de recente kunsthistorische ontdekkingen en evoluties inzake het Rubens onderzoek, waarbij het Rubenianum in Antwerpen een sleutelrol speelt.
cultuurtoeristisch ligt de nadruk op:
- de versteviging van het imago van Antwerpen als (natuurlijke) stad van Rubens en koppeling van dit imago aan dat van Antwerpen als bruisende stad – zodat de spanning heden/verleden als natuurlijk en uitdagend in plaats van heterogeen en problematisch wordt ervaren, ofte: Het macroproduct Rubens herdefiniëren en integreren in het moderne aanbod van "Trendy Antwerpen"
- het bereiken van een zo groot mogelijke aandacht (en publiek) voor Rubens in 2004. Pas in tweede instantie wordt die aandacht gekanaliseerd naar de steden en instellingen (waarbij het accent zal gelegd worden op de verschillende historische Rubens locaties). Elke bezoeker aan de Rijselse tentoonstelling is een bezoeker aan het oeuvre van Rubens en een potentiële bezoeker, in 2004 of later, voor Antwerpen.
- het duurzaam karakter van het project. Ook na 2004 blijft Rubens – met Antwerpen als zijn natuurlijke habitat – bestaan, niet Rijsel of de tentoonstelling in Antwerpen. Zo kunnen verblijfstoerisme, herhaalbezoeken en verblijfsverlenging verder gestimuleerd worden.
- Een communicatie rond Rubens en op bezoekers voor Rubens. De communicatie rond randevenementen of –producten die niets of nauwelijks iets met Rubens te maken hebben, worden geweerd.
Een beeld vinden dat bij deze doelstellingen past en dat een duidelijke en 'internationaal' toepasbare boodschap meedraagt was voor Herontdek Rubens2004 geen sinecure, gezien de diversiteit van de partners, de deelprojecten en de doelpublieken.
Er wordt uiteindelijk gekozen voor een logo dat zowel binnen de communicatie van ‘Lille 2004’ als voor de Rubensevenementen in Antwerpen gebruikt kan worden. Verder wil de campagne drie dingen in de verf zetten.
- de naam P.P.RUBENS (Rubens als nam, als icoon)
- de actie om hem te herontdekken. De slogan Herontdek P.P.Rubens is prominent aanwezig in de campagne, als algemeen logo voor de activiteiten in Antwerpen.
- de plaats van het gebeuren, met name Antwerpen.
Onderliggend mikt de campagne op een aansluiting tussen de ‘oude’ Rubens en het ‘hedendaagse, actuele en trendy’ imago van Antwerpen. Er wordt in deze ingezoomd op een jong publiek, omdat het werk van de schilder niet echt deel uitmaakt van hun leefwereld en zij in deze dus eerder een incentive nodig hebben om te komen kijken, dan de oudere generatie.
Communicatie gewijs heb je dan nog eens de moeilijkheid dat je enerzijds het ‘permanent’ aanbod onder de aandacht wil brengen en anderzijds de tentoonstellingen. Het was dus zoeken naar een beeld dat beide ten goede komt en de juiste boodschap meegeeft, rekeninghoudend met het ‘internationaal’ karakter van het project en aanpaspaar aan aanpasbaar aan allerhande communicatieve dragers gaande van affiches, folders, tot advertenties, banieren, merchandising, website en visuals.
Kijken we naar de UPS (unique selling position) van Rubens2004, dan stellen we vast dat die duidelijk gelinkt is met Antwerpen én Rubens. Het ‘herontdekken’ impliceert het genereren van een andere kijk op de kunstenaar en zijn werk. Daarom werd er beslist om met slogans en titels te werken en niet met een 17de -eeuws ‘campagne’beeld. Terwijl ‘campagne’beelden vaak een eenzijdig beeld durven opwekken bij de bezoeker, geven titels ruimte voor dialoog. Door deze keuze te maken onderscheidt Antwerpen zich niet alleen van gelijkaardige initiatieven die elders plaatsvinden met name in Rijsel, Madrid, München, Wenen, Genua, Londen, St.-Petersburg en Washington, maar sluit de stad zich ook aan bij de boodschap van de campagne.
Een 17de eeuws picturaal beeld(of een detail ervan) toont immers vaak dat wat men in Antwerpen nu net niet wil tonen: een oude, stoffige, verf – en beeldtaal die enkel historisch is en niet aansluit bij het ‘verfrissende’ van Herontdek Rubens2004 . Vormgeefster zorgde zo voor een strakke maar herkenbare huisstijl, bestaande uit een baseline Herontdek P.P. Rubens2004 gecombineerd met titels van werken en voorzien van beelden onder een paperclip in de rechterbovenhoek de visual. De ene afbeelding bedekt zo het andere waardoor ze niet volledig te zien zijn en wat het gevoel van ‘ontdekken’ nog versterkt.
De campagne en de strakke huisstijl in een vormgeving van Kim Beirnaert vroeg misschien wel even om gewenning, maar heeft zijn uitwerking niet gemist. Meer dan 500.000 bezoekers hebben ondertussen opnieuw kennisgemaakt met Rubens in Antwerpen. Hoewel de grote retrospectieve rond Peter Paul Rubens doorging in het Palais de Beaux Arts in Rijsel, werd 2004 voor Antwerpen tóch een belangrijk cultureel jaar met heel wat extra bezoekers.
Websites:
Communicating the museum': http://www.agendacom.com/conference/index.htm
Rubens2004: http://www.rubens2004.be
Antwerpen Open vzw: http://www.antwerpenopen.be
K & L bvba: http://www.kandl.be
Meer info:
Ann Laenen
Freelance consultant en researcher - K&L bvba
Interim Directeur ANTWERPEN OPEN VZW
e-mail: ann@kandl.be
(Dit artikel verscheen eerder in MMNieuws jaargang 6 nr. 6/7)
Gepost door Ann om 9u33 | Permalink
communicating the museum
5 juli 2004Op 1 en 2 juli kwamen zo'n 120 curatoren, communicatiemedewerkers en directeurs uit de museumwereld in Valencia samen om zich te buigen over de communicatie rond het permanent aanbod in je museum.
Agenda organiseerde voor de 4de keer een conferentie rond musea en communicatie. Deze keer met de nadruk op 'communicating permanent collections'. Een heikel punt voor de meeste musea. Met een tentoonstelling of een evenement uitpakken is immers makkelijker dan je vaste collectie in de kijker te stellen. Het belang van evenementen en 'grote tentoonstellingen' voor je permanente collectie werd niet onderkend. De nawerking van blockbusters en evenementen op je vaste collectie is aanwijsbaar.
Maar wat doe je daarna? Binnen je permanente collectie spelen met tijdelijke tentoonstellingen werd als een mogelijkheid aangehaald. Je eigen topstukkenverhaal maken was een andere veelgehoorde manier om om te gaan met je permanent aanbod en aspecten van je collectie naar voor schuiven in het licht van de actualiteit, om er zo meer de aandacht op te vestigen werd ook als mogelijke oplossing aangehaald.
Resulaat van de tweedaagse ware echter 'nog meer vragen' dan antwoorden, elke collectie vraag immers om zijn eigen aanpak.
Gepost door Ann om 19u00 | Permalink
E-marketing in de culturele sector: meer dan E-zines en E-Nieuws
21 mei 2004Recente ontwikkelingen binnen het Internet en de mobiele telefonie zorgen er voor dat culturele instellingen steeds meer aandacht gaan besteden aan en vragen stellen bij hun E(elektronische)-Communicatie.
Snellere en betere verbindingen zorgden ervoor dat de informatie die via het Net zijn weg zoekt naar de eindgebruiker technisch en financieel heel wat toegankelijker werd. De huidige ontwikkelingen binnen de mobiele communicatie zullen deze toegankelijkheid zelfs nog vergroten, want is de aanwezigheid van een computer binnen een huisgezin nog eerder beperkt, dan is de mobiele telefoon al heel wat meer ingeburgerd binnen alle lagen van de bevolking.
Vandaag de dag heeft 51% van de Belgische huisgezinnen een computer met internetaansluiting heeft en dat de overgrote meerderheid kiest voor een breedband verbinding, omdat ze op een snelle en comfortabele manier toegang willen krijgen tot de informatie en duiding die ze zoeken. Voor de komst van breedband was slechts 29% van de internauten meer dan een uur per dag online, nu is dit 69%. 53% van de breedbandgebruikers surft zelfs elke dag, op zoek naar zijn dosis informatie.
72% van de Belgen heeft een mobiele telefoon en 65% van hen stuurt regelmatig een SMSje, goed voor 2,7 miljoen berichtjes per dag om snel even af te spreken of vlug een boodschap door te geven. Naast het drukke SMSverkeer, wordt ook de vraag naar mobiele informatie groter. Je kan beperkt informatie doorsturen en laten opvragen via deze weg en je kan zelfs naar een korte mening vragen. Er is dus communicatie mogelijk van de organisatie naar de gebruiker (one to many) en van de gebruiker naar de organisatie (one to one). Wat interactie op termijn sterk kan vergroten. (bronnen: Insites, Claes, ISPA)
Deze trends hebben er dan ook voor gezorgd dat de manier waarop een culturele instelling op het Net aanwezig is steeds meer aandacht krijgt. Wat zoekt de virtuele bezoeker en waarom, en hoe verhoudt de virtuele vorm van communicatie zich tot de andere communicatiedragers? Vragen die binnen de huidige communicatiestrategieën een niet onbelangrijke rol spelen.
Heel wat culturele instellingen bieden, naast informatie over de voorstellingen en tentoonstellingen voor pers en publiek, ook mogelijkheid tot inschrijven op een elektronische nieuwsbrief of SMS-nieuwtjes. De virtuele bezoeker kan vaak ook tickets online bestellen en hij krijgt de kans om commentaar door te sturen op een voorstelling of tentoonstelling...
Toch blijkt het webgebeuren vaak ergens te haperen. Elektronische nieuwsbrieven en webinformatie zijn vaak niet goed op elkaar afgestemd, zodat ze overlappende informatie bieden. Online tickets bestellen verloopt nog vaak via e-mail of kan niet volledig online worden afgerond en de 'interactie met de virtuele bezoeker' blijkt vaak nog éénrichtingsverkeer.
Je website zou nochtans als een perfecte communicatiebrug kunnen functioneren, wanneer je het virtuele gebeuren bekijkt binnen het plaatje van de geïntegreerde communicatie. Het webgegeven is niet los te zien van de andere communicatievormen die er bestaan tussen je instelling en je publiek. De informatie die je op Internet of via mobiele weg aanbiedt staat in directe relatie tot de manier waarop je vanuit je instelling of organisatie omgaat met je publiek. Het ene vult het andere aan. Je virtuele stek ligt in feite in het verlengde van je 'reële' plek en vraagt om dezelfde bezorgdheid. Het vormt een deel van hetzelfde verhaal.
Onthaal, logo, ticketing, folders, brochures, e-zines, informatie op websites, online fora en sms-nieuwtjes vormen samen de globale service naar je bezoeker toe. Wat werkt voor een jongerenpubliek, werkt daarom niet voor een seniorenpubliek. Het is dus een zoektocht op lange termijn waarbij je luistert en kijkt naar je publiek.
Het merendeel van dat publiek wil snel en efficiënt geïnformeerd worden over de tentoonstelling of de voorstelling die ze willen zien. Ze hebben doorgaans niet veel tijd en zijn ongeduldig. Moeten ze té lang wachten bij het binnenhalen van een website en kan je hen binnen de 3 seconden niet bieden wat ze denken te zoeken, dan zijn ze weg. Een website met kleine en effectieve beelden, korte tekstblokjes en duidelijke informatie kunnen hier soelaas bieden. De mogelijkheid tot inschrijven op gepersonaliseerde e-zines en sms-nieuwtjes, zorgt hier voor de meest directe informatieflow.
Niet iedereen is echter op zoek naar hapklare informatie, sommige surfers nemen hun tijd om te grasduinen in de diepgaandere achtergrondgegevens bij een voorstelling of een tentoonstelling. Er zijn cultuurgeïnteresseerden die om welke reden dan ook niet altijd de weg naar een voorstelling of een zaal, maar naar de culturele informatie op Internet. Ook zij hebben geen zin om ellenlange teksten te lezen en zwaar fotomateriaal binnen te halen. Maar korte tekstjes met doorklik-mogelijkheden en snel downloadbare foto’s of filmpjes, over de collectie van een museum of het repertoire van een gezelschap, dat maakt het voor deze internet bezoeker juist aangenaam en interessant (zie de online collectie van Het Rijksmuseum in Amsterdam). Het is vaak ook deze groep die graag in discussie gaat over de aangeboden topics. Online fora of discussie geven hier heel wat mogelijkheden. De virtuele cultuurplek wordt zo ook een beetje hun plek. Ook hier kunnen gepersonaliseerde e-mails en sms-berichtjes voor een boeiende interactie zorgen (zie de Tate Online in de UK). Is deze vorm van interactie ingepast in de rest van je communicatieplaatje dan heeft ze alle kans op slagen.
Geïntegreerd werken is dus de boodschap. Vanaf het moment dat gedrukte communicatie, het menselijke contact en de virtuele communicatie op elkaar zijn afgestemd, blijkt de appreciatie van je publiek voor je instelling alleen maar toe te nemen. HETPALEIS, een theaterhuis voor kinderen in Antwerpen, zag zo zijn virtuele bezoekersaantal op een jaar tijd meer dan verdubbelen.
Bronnen
http://www.eeia.co.uk
http://www.a-m-a.co.uk
http://www.scp.nl
http://www.insites.be
http://www.ispa.be
Voorbeelden
http://www.rijksmusuem.nl
http://www.hetpaleis.be
http://www.tate.org.uk
Meer info:
Ann Laenen
Freelance consultant en researcher. Kölgen & Laenen bvba - Nieuwe Media en Cultuurcommunicatie - Ann@kandl.be
(Dit artikel verscheen eerder in MMNieuws jaargang 6 nr. 3)
Gepost door Ann om 10u20 | Permalink
Het on(be)grijpbare publiek
18 mei 2004
Bij de VUBpress verscheen onlangs het boek 'Het on(be)grijpbare publiek', samengesteld door Nico Carpentier, Caroline Pauwels en Olga Van Oost. Het boek is het resultaat van een intense samenwerking tussen de departementen communicatiewetenschappen van de Katholieke Universiteit Brussel en de Vrije Universiteit Brussel en tracht aan te sluiten bij de reflectie die het Steunpunt Re-creatief Vlaanderen in Vlaanderen op gang wil brengen rond publiek en participatie.
De inhoudsopgave is beschikbaar in PDF-formaat.
Van de ontdekking van het bestaan van een puur 'virtueel publiek' (zie de K&L publicaties 'Widening the audience: cultural institutions and the use of virtual communities: two Belgian cases' en 'Rapport Online Enquête HETPALEIS 2003'), maakt dit boek vooralsnog geen gewag.
Gepost door Stefan Kolgen om 10u00 | Permalink
OMTF Conferentie ...en 'The Change Challenge'
27 maart 2004Op 15 en 16 maart stond de conferentie van het Opera en Music Theatre Forum (wat de kleine en middelgrote muziektheater gezelschappen in de UK en daarbuiten groepeert) in het teken van de toekomst en de uitdagingen die dat met zich meebrengt. De conferentie viel samen met de laatste dag van de 'presentaties' van 'work in progress' binnen het GENESIS OPERA PROJECT. Een project gesteund door de Genesis Foundation dat jonge librettisten en componisten op internationaal vlak uitdaagd om nieuw werk te schrijven. Meteen een goede insteek voor de eerste discussie die de plek van de kunstenaar binnen het huidige kunstlandschap in vraag stelde.
Maar een kunstenaar werkzaam binnen de podiumkunsten is ook op zoek naar een publiek. Hoe zit het met dat publiek en hoe ga je ermee om? Klopt het dat, zoals recente studies willen doen geloven, men liever thuis in de knusse zetel zit en TV kijkt in plaats van naar een voorstelling of een concert buitenshuis te gaan? Klopt het dat men liever achter de computer de wereld ontdekt, dan zelf een stapje in de 'echte wereld' te zetten?
Voer voor een rijke en heftige discussie. Conclussies waren de volgende:
- Er is een sociodemografische trend waar te nemen die niet te negeren is naar de toekomst toe. 55 + ser zijn in de opmars en erg nieuwsgierig naar cultuur in zijn meest diverse vorm. zij zijn vaak kapitaal krachtig en hebben tijd. Ze zijn niet alleen geïnteresseerd in 'repertoire'-werk, maar staan ook open voor nieuwe projecten- Qua timing gaat de groep rond de 60 liever in de namiddag naar een voorstelling, en vinden ze het heerlijk om bij een kopje koffie hun mening te geven over wat ze gezien hebben.
- Er blijkt stilaan ook een tendens af te lezen uit de 'jongerenpolitiek' die heel wat culturele instellingen voeren sinds de jaren tachtig. In Frankrijk blijken er meer jongeren naar de Opera de komen en in Brussel verkoopt men ook meer losse tickets aan jongeren dan voorheen. Toch blijft het steeds weer een hele uitdaging om kunstvormen zoals Opera bij jongeren bekend te maken.
- Er werd gepleit voor een cross-over tussen de diensten marketing-educatie en dramaturgie binnen een gezelschap, om zo met een sterker signaal naar het 'optentiele' publiek te gaan.
- Er wordt nog te weinig gebruik gemaakt van het internet om een nieuw en breder publiek aan te boren. Het 'virtuele' theater vervangt he 'reele' theater niet, maar kan het wel aanvullen....
Gepost door Ann om 13u16 | Permalink
(On)duidelijkheid rond toepassing 'opt-in' wetgeving...
18 maart 2004Op 9 en 19 december 2003 berichtten we over de nieuwe wetgeving omtrent het ongevraagd sturen van reclame (SPAM).
Cultuur Lokaal kreeg van tal van cultuur- en gemeenschapscentra de vraag of de opt-in verplichting al dan niet van toepassing is op elektronische nieuwsbrieven uitgaande van de Vlaamse culturele steunpunten en belangenbehartigers, gemeenschapscentra en culturele centra. Valérie Castille, juridisch medewerkster voor het project CultuurDatabank, en Nikolas Cloet, juridische medewerker van Cultuur Lokaal, onderzochten de draagwijdte van de nieuwe regels en kwamen tot de volgende conclusie:
"... De culturele diensten die geleverd worden door de gemeenschaps- en de cultuurcentra die als dusdanig gesubsidieerd worden in het kader van het decreet lokaal cultuurbeleid vallen niet onder het toepassingsgebied van de opt-in verplichting. Zij kunnen dus e-mails verzenden zonder de voorafgaande, specifieke toestemming van de geadresseerde....
Het is wel van belang te noteren dat dit de mening betreft van de bevoegde administratie (Federale Overheidsdienst voor Economische Zaken). Bij een eventueel geschil zijn het enkel de rechtbanken die de preciese draagwijdte en de uitzonderingen op de wet kunnen vaststellen."
Voordeel van deze redenering is dat gemeenschaps- en culturele centra nu blijkbaar buiten de wet staan. Daartegenover staat natuurlijk de argeloze gebruiker, die nu al geen raad meer weet met de talloze reclame berichten die zijn mailbox laten vollopen, zonder dat hij daarom gevraagd heeft.
Gezonde geesten hanteren daarom beter de elementaire beleefdheidsregels: vraag eerst het woord, en spreek dan!
[bron: Cultuur Lokaal]
Gepost door Stefan Kolgen om 18u32 | Permalink
Museale liefdesverklaring in Antwerpen...
15 februari 2004Op de vooravond van Valentijn tekenden de Musea stad Antwerpen en de Musea provincie Antwerpen een intentieverklaring om voortaan als Musea Antwerpen naar buiten te treden. Deze samenwerkingsovereenkomst betekent een unieke stap binnen het Vlaamse museumlandschap.
Als tandem zullen beide museumgroepen een hechte onderlinge samenwerking realiseren en zullen zij al motor fungeren om bredere samenwerkingen te stimuleren, zowel ten aanzien van andere musea in de stad, als ten aanzien van erfgoedactoren in de provincie.
Binnen de samenwerking werden volgende prioriteiten gesteld:
- het opstellen van een collectiemobiliteitsplan (collectie-verwerven)
- het ontwikkelen van een expertiseplatform behoud en beheer (collectie-bewaren)
- het maken van raamovereenkomsten met hogescholen in de provincie Antwerpen en de Vlaamse Universiteiten (collectie-onderzoek)
- het opstarten van een gezamenlijke publiekscommunicatie, met de afspraak om vanaf nu samen naar buiten te treden als Musea Antwerpen, met rood als huiskleur (cf. stad en provincie). De gezamenlijke communicatie start met de uitgave van één uitgebreid jaarprogramma in april 2004.
- de uitwerking van een gezamenlijk publiekswerkingsprogramma.
Deze prioriteiten tonen aan dat er bij de samenwerking niet alleen gedacht is vanuit bestuurlijke logica, maar in de eerste plaats vanuit een verantwoordelijkheid ten aanzien van het erfgoed en het publiek.
...een ontwikkeling die alleen maar toe te juichen valt en de synergie tussen de culturele en toeristische actoren in Antwerpen alleen maar kan vergroten.
[bron: persbericht Provincie Antwerpen en Stad Antwerpen 13.02.2004]
Gepost door Ann om 12u00 | Permalink
Net verschenen...
12 februari 2004Het nieuwe nummer van MM Nieuws is gewijd aan het thema 'Europa' met daarin een artikel van de hand van Ann Laenen getiteld Opera en publiekswerking in een Europees perspectief (de volledige tekst is enkel beschikbaar voor abonnees).
Uitgangspunt voor dit artikel is de PhD 'arts and accessibility' waaraan Ann momenteel werkt voor The University of Leeds (UK), School of Education.
Gepost door Stefan Kolgen om 14u29 | Permalink
Twee manieren om je erfgoed te redden
15 januari 2004Eergisteren maakten we melding van het feit dat Minister Fientje Moerman pleitte voor de digitalisering van het federaal cultureel erfgoed. Dit voorstel werd door Eerste Minister Verhofstadt inmiddels positief onthaald.
Naast overheidssubsidiëring kan men echter ook aan alternatieve fundraising doen om erfgoed veilig te stellen.
Twee jaar geleden startte de British Library met het initiatief 'Adopt a book'. Voor 25 pond deel je de adoptie van een bedreigd boek. In ruil ontvang je een certificaat met je naam en de titel van het geredde boek. Voor 150 pond wordt je naamplaatje toegevoegd aan het boek. Vanaf 1.000 pond mag je zelf een boek uitkiezen en hoef je je niet meer te houden aan de selectie van 300 boeken die voor dit initiatief werd doorgevoerd.
Gepost door Stefan Kolgen om 9u26 | Permalink
Nog geen Kunstenloket
12 januari 2004Vorig jaar startten de Kunstensteunpunten, IAK, IBK, VMC, VAI en VTI in samenwerking met het NICC de HELPDESK KUNSTEN. Iedereen die met vragen zat rond audeursrechten, belastingen op artistieke producten, het sociaal statuut van de kunstenaar of de organisatie van artistieke projecten kon er terecht. De service werkte niet alleen online. Je kon ook gebruik maken van de juridische permanentie, of deelnemen aan één van de maandelijkse infosessies die georganiseerd werden om kunstenaars, producenten en organisatoren de kans te geven ervaringen uit te wisselen.
Per 1 januari 2004 zou de HELPDESK KUNSTEN een structurele oplossing krijgen onder de vorm van de vzw. Kunstenloket . Er werd in de begroting van het programma 'algemeen cultuurbeleid' binnen de Vlaanse Gemeenschap een subsidie voorzien voor het 'kunstenloket' en de vzw werd opgericht, maar organisatorische en praktische problemen verhinderen de opstart van het loket.
In de nieuwe vzw hebben momenteel aleen de sociale partners en de werkgeversorganisaties binnen de kunstensector zitting. Voor de kunstensteunpunten is er geen rol weggelegd binnen het kunstenloket, omdat ze niet passen binnen het klassieke werkgevers-werknemers plaatje. een ontwikkeling die de steunpunten zorgen baart, want ze vertegenwoordigen nochtans de kunstensectoren. De juridische eerstelijnshulp van het NICC werd een jaar geleden zelfs overgenomen door de HELPDESK KUNSTEN.
Voorlopig blijft het Kunstenloket dus nog gesloten. Kunstenaars en organisatoren die toch met vragen zitten kunnen nog wel online terecht op de website van de HELPDESK KUNSTEN, waar al heel informatie op prangende vragen te vinden is.
Voor infosessies en individuele afspraken is het nog even wachten.
Meer informatie vind je op de website van het NICC en op de HELPDESK KUNSTEN
Gepost door Ann om 13u02 | Permalink
Cultuurschepen Antonis werkt aan museumkaart
29 december 2003staat er vandaag te lezen op de eerste pagina van de Gazet van Antwerpen. Met deze kaart moet je in de toekomst vlotter en voordeliger toegang kunnen krijgen tot alle musea in de stad. De stedelijke, provinciale en Vlaamse musea werken nu al meer en meer samen. Sinds vorig jaar komen de communicatie medewerkers van deze musea regelmatig samen, en toen werd al gekeken of zo'n kaart haalbaar was, nu worden de verschillen weggewerkt en is de kaart zo blijkt binnenkort een feit.
Kijk ook naar het eindverslag 10 maanden externe communicatie Am gebundeld met een blik op de toekomst. in onze publicatielijst.
Gepost door Ann om 12u15 | Permalink
Nog 12 dagen...
19 december 2003Tot 31 december heb je nog de kans om je e-mail bestand aan te schrijven en expliciet te vragen of men geabonneerd wil blijven op e-zines. Na 31 december wordt je nieuwsbrief onherroepelijk geklasseerd als SPAM, indien je niet beschikt over een persoonlijke bevestiging van de ontvanger met mogelijke boetes tot gevolg.
K&L vermeldde het reeds eerder op deze weblog en in het e-zine UP TO SPEED. Sindsdien zijn alvast HETPALEIS, Muziektheater Transparant, WCC Zuiderpershuis, ccBe, cultuurcentrum Deurne en cultuurcentrum Luchtbal in actie geschoten. Hopelijk wordt het goede voorbeeld gevolgd.
Gepost door Stefan Kolgen om 11u10 | Permalink
Net verschenen...
18 december 2003Het nieuwe nummer van MM Nieuws is gewijd aan het thema 'Internet en Cultuur' met daarin een artikel van de hand van Geert Sels getiteld De mogelijkheden van e-culture (de volledige tekst is enkel beschikbaar voor abonnees).
Uitgangspunt voor dit artikel was de tekst Widening the Audience: cultural institutions and the use of virtual communities: two Belgian cases die K&L presenteerde op de COST269 conferentie te Helsinki.
Gepost door Stefan Kolgen om 15u09 | Permalink
Avanti legt masker af
13 december 2003Gisteren sloot Avanti met een 'flashmob' in het station Gent Sint-Pieters zijn reeks ludieke acties af die vorige week heel cultureel Gent in hun ban hielden.
Achter dit initiatief van culturele ordeverstoring gingen de Vooruit en het DASTHEATER schuil.
Deze 'stedelijke interventies' kaderden in de tweede editie van 'DAS verwanten'. De rode draad doorheen het festival was de werkelijkhied en hoe artizsten daarover rapporteren. Dit kon niet anders dan leiden tot acties in de werkelijkheid zelf.
De acties en 'DAS verwanten' zorgen voor de nodige zelfrelativering aldus het DASTHEATER en Vooruit. [bron: Vooruit]
Gepost door Ann om 17u47 | Permalink
Huisstijl net iets meer dan een logo op briefpapier
12 december 2003De Krakeling, een receptieve plek voor jeugdtheater in Amsterdam, heeft deze week HETPALEIS te gast. Gisteren speelden de acteurs van De wereld volgens lang, dik en dom de pannen van het dak en zaterdag volgt nog een voorstelling van Wei.
Daarnaast verzorgde de dienst externe communicatie, Annik Klaes en Cien Schelkens, samen met Kölgen & Laenen donderdag ook nog een lezing over huisstijl in al zijn facetten, voor collega's uit Nederlandse cultuurhuizen.
Huisstijl gaat verder dan een logo op briefpapier. Het heeft zijn plaats binnen de geschreven, gedrukte en digitale communicatie, het onthaal en de service die je je bezoekers biedt. Het consequent doortrekken van die huisstijl vraagt engagement van iedereen die in of voor de je culturele instelling werkt, maar de inspanning loont zich zonder meer.
Onder publicaties vind je een pdf met onze presentatie, waar we aangeven hoe grafische vormgeving en huisstijl van HETPALEIS de laatste 3 seizoenen digitaal werd omzet. Van 2001 tot nu werd stap voor stap gewerkt aan de uitbouw van de website, het e-zine, het forum.
De digitale en gedrukte communicatietools werden meer en meer op elkaar afgestemd en de interactiviteit met het publiek werd vergroot. Deze geïntegreerde en dynamische aanpak zorgde voor een constante groei van unieke bezoekers, maandelijks, op de site...en zij surfen regelmatig voorbij HETPALEIS.be.
Gepost door Ann om 14u27 | Permalink
Vooruit en Vlaamse Opera gekraakt...
11 december 2003De groep 'Avanti' heeft onlangs de websites van de Vooruit en de Vlaamse Opera gekraakt. Daarmee willen zij protesteren tegen de monopolisering van de zogenaamde 'grote' cultuurhuizen, waarbij er te weinig aandacht gaat naar de gewone man in de straat.
De Gentse Opera gaat alvast op ludieke wijze in de tegenaanval door de eerste 100 bellers die het codewoord 'Avanti' opgeven een korting aan te bieden voor de filmconcert Phases van Rosas en Ictus. [bron: De Standaard]
Avanti heeft misschien wel een punt. Er wordt meestal weinig rekening gehouden met de kunstactiviteiten in het middenveld door de professionele sector. Partnerschappen tussen kleinere podia en grote huizen zouden hierin een eerste stap kunnen zijn. Dat vereist wel engagement van beide partijen.
Gepost door Stefan Kolgen om 9u29 | Permalink
Laureaat Prijs Cultuurmanagement 2003 (UA)
9 december 2003Gisteren werd de laureaat voor de prijs cultuurmanagement 2003 (UA) bekendgemaakt. De prijs ging naar het S.M.A.K. voor het dossier van hun verzelfstandigingsproces.
Bert Vanlaere kreeg een uitzonderlijke prijs voor zijn scriptie cultuurmanagement over de mogelijkheden van de website binnen de werking van HETPALEIS. Zijn scriptie bevat de eerste fase van het onderzoek dat door K&L werd verdergezet (zie publicaties: Rapport Online Enquête HETPALEIS 2003).
Aan de prijsuitreiking ging een colloquium vooraf rond de vraagstelling 'Moet Cultuur Gratis?' . Deze provocerende vraag werd belicht vanuit de wetenschap, de praktijk en het beleid en zorgde voor een zéér genuanceerde kijk op deze problematiek.
Gepost door Ann om 17u22 | Permalink
Dag van de cultuurcommunicatie
2 december 2003
Ongeveer 400 mensen uit de cultuursector verzamelden gisteren op de eerste 'Dag van de cultuurcommunicatie' georganiseerd door CultuurNet Vlaanderen.
Meteen werd ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om de nieuwe website van CultuurNet Vlaanderen te lanceren.
Kölgen & Laenen was vertegenwoordigd met een klein informatiestandje en een toelichting van HETPALEISforum tijdens een van de talrijke sessies.
Alle keynotes/workshops kan je bekijken op de website van KING KONG.
Vanavond nemen we een kijkje op de provinciale voorstelling van het project CultuurDatabank Vlaanderen in het auditorium van het Provinciehuis Antwerpen.
Gepost door Stefan Kolgen om 11u37 | Permalink
10 jaar AMA – London
19 november 2003De Arts Marketing Association vierde op 18 november zijn 10de verjaardag met een studiedag in London. Ann Laenen vertegenwoordigde K&L.
Arts Marketing is duidelijk al meer ingeburgerd bij onze Angelsaksische buren. Zo'n 1700 professionals en organisaties zijn lid van AMA en onlangs zijn ze met een internationaal luik gestart. Op hun verjaardagsconferentie keek men vooral naar de mogelijke rol van de kunstmarketing in de 21ste eeuw.
Gepost door Ann om 19u31 | Permalink
De nieuwe Stedelijke Cultuurraad Antwerpen is een feit
25 juni 2003De Stedelijke Cultuurraad van Antwerpen werd deze avond, conform het nieuwe decreet, weer samengesteld. K&L zetelt als deskundige cultuurcommunicatie in het bestuur.
Gepost door Ann om 22u42 | Permalink

