Zoeken via google:

K&L BLOG

december 2004

Een SMS-tekst project gebaseerd op het DNA van een stad

22 december 2004

The internet has made the global local lezen we in een interview van Sean Dodson met Manu Luksch van Ambient TV in The Guardian van juni 2002.
Op het eerste zicht een vreemde redenering, want Internet wordt meestal gerekend tot die disciplines die het dichtst aanleunen bij de 'globalisering'. Recente technologische ontwikkelingen zorgden er echter voor dat het medium een duidelijkere plek kreeg binnen de 'glocalisering'. Het versterken van het 'lokale' binnen het 'globale' van de samenleving is nu met de huidige communicatiemiddelen een reëler.
Via de mobiele telefoon mogen we dan wel overal en altijd bereikbaar zijn en kunnen we van eender welke plek op eender welk moment een berichtje sturen of een gesprekje voeren, toch worden we steeds weer geconfronteerd met de eigen fysieke omgeving. Voor velen, zo blijkt uit de studie Mobilisation van James Harkin, is het gebruik van de mobiele telefoon trouwens erg gelinkt met de 'directe sociale omgeving' bestaande uit een netwerk van familie, vrienden, medewerkers, buren en kennissen.

Virtuele mobiele gemeenschappen

Jongeren hebben, niet echt verbazend, als eerste gretig ingespeeld op deze nieuwe vorm van ‘samen communiceren’. Via hun mobiele telefoon en tekstberichtjes blijven ze op een snelle en eenvoudige manier in contact met leeftijdsgenoten en vrienden. Het is ‘hun’ mobiel virtueel netwerk. Waar privacy beperkt is, denk hierbij aan de Aziatische landen, zorgt dit netwerk bij tieners voor een vluchtweg uit de wereld van de volwassenen aldus Mitzuko Ito. Via tekstberichtjes delen ze zelfs hun intiemste ervaringen met leeftijdsgenootjes.

Ondertussen is deze trend wereldwijd overgenomen. Mobiele communicatie geeft een nieuwe invulling aan het woord ‘snelheid’ en zorgt voor een andere binding met het ‘sociale leven’, door het initiëren van nieuwe vormen van ‘relaties’ (zie Sadie Plant, On the Mobile). In geen tijd kan je via je telefoon in feite een ‘nieuwe besloten groep’ of ‘virtuele gemeenschap’ samenbrengen, al dan niet gevolgd door een ‘reële’ ontmoeting. Via ‘textmessaging’ kan je met één berichtje een hele groep mensen bereiken. Je kan het zien als een vorm van sociale interactie waarbij de ‘zender’ en de ‘ontvanger’ een zelfde, zij het asynchrone ervaring delen (Howard Rheingold in Smart Mobs). Beide maken, zij het vluchtig, zij het intens, deel uit van een heel ‘eigen’ verhaal, dat zich in eerste instantie vooral ‘virtueel’ afspeelt, maar meestal gevolgd wordt door een ‘gezamenlijke actie’ op een welbepaalde reële plek.

Participatie van de stedeling in een mobiel 'virtueel/reëel' netwerk

Ironisch misschien, maar daar waar mobiele communicatie technologie ontwikkeld werd om ons – zoals eerder al even werd aangehaald – los te maken van een door draden aan elkaar gebonden infrastructuur, zien we nu dat deze technologie erg sterk verankerd is geraakt in de ruimtelijke omgeving van onze leefwereld (Andrew Townsend in Wired/Unwired; The Urban Geography of Digital Networks). In plaats van opgesloten te zitten binnen een huis of kantoor, spreidt het digitale netwerk zich nu uit over straten, parken, tearooms en andere digitaal uitgeruste publieke ruimtes. Het maakt als het ware deel uit van de stad of gemeente en wordt er ook voor een stuk door bepaald omdat iedere bevolkingsgroep binnen de gemeenschap er gebruik van maakt. De relatief lage kost en de eenvoud van de mobiele telefoon hebben er op heel korte tijd voor gezorgd dat wereldwijd en in alle lagen van de bevolking het gebruik ervan beter ingeburgerd geraakte dan het Internet.De cijfers voor België geven aan dat er iets meer dan 76% GSM gebruikers zijn en 82% onder hen regelmatig een tekstberichtje stuurt, of per gebruiker een gemiddelde van 54 berichtjes per maand (bron: Netsize Guide 2004) verstuurd worden om vlug een boodschap door de geven.

STADSchromosomen - beeld van een stad, een stadsverhaal in SMStaal geschreven door de stadsbewoners.

Met het gegeven in het achterhoofd, dat enerzijds het digitaal netwerk zich vandaag de dag uitstrekt over heel de stad en met het feit dat zowat iedere inwoners een mobiele telefoon op zak heeft, vroeg men binnen C.H.I.P.S. vzw (een non-profit organisatie die projecten binnen nieuwe media en creatieve participatie van een breed publiek promoot, organiseert en steunt) zich af of er geen artistieke connectie was tussen de bewoners van het stedelijk weefsel en de nieuwe manier van communiceren. Met wereldboekenstad als achtergrond werd in Antwerpen van maart tot september het multi-mediale project STADSchromosomen opgezet.

De stad en haar districten, gaande van Hoboken tot Lillo, werd ‘virtueel’ opgedeeld in 25 zones, met elk ‘reële’ punten van waarop de bewoners en voorbijgangers uitgenodigd werden op hun impressie over die bewuste plek door te sturen via een SMSje (lees tekstberichtje) en zo mee te schrijven aan een nieuw stadsverhaal. Voor diegene die liever een impressie lazen dan schreven, was het mogelijk om ten alle tijde een eerder ingestuurd berichtje op te vragen. Je kon ze ook doorsturen naar iemand met wie je het tekstje wilde delen.
Om de tussenliggende zones bij STADSchromosomen te kunnen betrekken werd er een ‘virtueel’ punt voor Antwerpen voorzien, de code van dit punt kon de deelnemer dan gebruiken om algemene indrukken van de stad door te sturen.
Parallel met Antwerpen liep het al eerder opgestarte ‘Citypoems’ in Leeds (UK). Berichtjes uit de zusterstad voor dit project konden eveneens via een specifiek ‘virtueel’ punt worden opgevraagd.
Alle impressies werden verzameld op de website (http://www.stadschromosomen.be), waar ruimte was voor commentaar op de ingestuurde berichtjes
Een selectie van alle ingestuurde tekstjes zou aan het einde van het project gebundeld worden tot een ‘reële’ blik van de inwoner en bezoeker op Antwerpen en Leeds.
Tekstjes verzameld tijdens schrijfsworkshops zorgden voor de eerste lijnen van het verhaal en moesten er voor zorgen dat anderen zich geroepen voelden om mee te schrijven.

Het stadsproject kon, gezien de beperkte middelen, slechts de juiste draagkracht krijgen door de intense samenwerking met die divers (socio) – culturele en stedelijke partners, wat voor een sterke verankering in de stad zorgde en voor een ‘tekstpunten-netwerk’ dat een verbinding vormde tussen de meest diverse bevolkingsgroepen. Elke partner droeg zijn steentje bij tot het project. De lijst van partners is tegelijk een staalkaart van de stad gaande van literaire verenigingen (Creatief Schrijven, Stichting Lezen, Antwerpen Boekenstad), die mee gezorgd hebben voor de publicatie en de workshops, tot sociale – culturele - stedelijke en winkeliersverenigingen (HETPALEIS, ccBe, De Lijn, Dienst Recyclageparken, Sering vzw., Toerisme Antwerpen, het stadsbestuur, de districten Berchem - Deurne - Merksem - Hoboken – Antwerpen,...) die als behoeder van een tekstpunt optraden. Radio 1 werkte mee als mediasponsor. Antwerpen Cultuurstad en The British Council waren de belangrijkste financiële partners.

Zelfs met de vele partners die in het project geloofden, was het toch vooral spannend om te zien of mensen ook effectief zouden deelnemen aan het project. Voor de eerste prikkels zorgden tekstjes die via schrijfworkshops verzameld werden. Met als resultaat dat er tegen einde mei al 300 berichtjes online stonden.

Hoewel menigeen zich vragen stelde aan de inhoudelijke haalbaarheid van STADSchromosomen, werd deze twijfel vanaf het begin weggenomen. De inzendingen waren van een verrassende kwaliteit.

Uiteraard zijn niet alle ingezonden tekstjes van een zelfde niveau, maar ze geven allemaal samen wel een goed beeld van wat er in de stad leeft. Bleek trouwens dat bij de teksten waaraan getwijfeld werd of ze wel op de website konden - wegens te kwetsend of racistisch - er spontane reacties kwam bij de gebruikers zelf. Dit schijnbare onevenwicht werd door de deelnemers zelf rechtgetrokken.
Uiteindelijk werden er 575 tekstjes ingestuurd en twee keer zo veel opgevraagd. De meest populaire punten waren ‘Antwerpen Algemeen’ en ‘Transport’ (= openbaar vervoer). De inzendingen leggen vooral thema’s bloot die inherent zijn aan het leven in een stad en zorgden voor de rode draad doorheen de publicatie. 130 inzendingen werden geselecteerd voor de bloemlezing en werden samengebracht in hebbedingetje dat zowel digitaal als gedrukt beschikbaar is en dat als eerste boek in België gepubliceerd werd onder de Creative Commons licentie (http://creativecommons.org/). Niet meer als logisch als je bedenkt dat de tekstjes van de burgers voor de burgers geschreven zijn.
De presentatie van het boekje bracht voor één keer ‘reëel’ alle partners, schrijvers en nieuwsgierigen van het stadsverhaal samen en zorgde voor een bonte mengeling in het publiek en een feestelijke afsluiting van het project.

verder lezen:

C.H.I.P.S. vzw: http://www.chipsvzw.be
Creative Commons : http://creativecommons.org
Dodson, S. Surfing als free as a cloud, The Guardian, juni 2002.
Harkin, J., Mobilisation: The growing public interest in mobile technology, Demos, London, 2003: http://www.demos.co.uk
Ito, M., Mobile Phones: Japanese Youth and the replacement of social contact, Keio University, 2003: http://www.itofisher.com/mito/archives/000037.html
Plant, S., On the Mobile: the effect of the mobile phones on social and individuele life, oktober 2002: http://www.motorola.com/mot/doc/0/234_MotDoc.pdf
Rheingold, H. Smart Mobs, Perseus Books, 2002: http://www.smartmobs.com
STADSchromosomen – beeld van een stad: http://www.stadschromosomen.be
The Netsize Guide 2004: http://www.netsize.com
Townsend, A., Wired/Unwired: The Urban geography of Digital Networks, dissertation, Massachusetts Institute of Technology, september 2003.

Ann Laenen
Free lance consultant cultuurcommunicatie – K & L bvba
Interim Coördinator Antwerpen Open vzw

(Dit artikel verscheen eerder in MMNieuws jaargang 6 nr. 9/10)

Gepost door Ann om 11u09 | Permalink

Capturing Culture Value

20 december 2004

Amper 2 weken na de lancering van hun vorige publicatie (zie artikel K&L 30/11/2004), brengt de Engelse denktank DEMOS een nieuwe publicatie uit: 'Capturing Culture Value - How culture has become a tool of government policy'. Een must read voor beleidsmakers en cultuurhuizen.

Cultural organisations and their funding bodies have become very good at describing their value in terms of social outcomes. Tackling exclusion, increasing diversity and contributing to economic development are all familiar justifications in grant applications.

But by talking in functional terms about the value of culture, cultural organisations have lost the ability to describe their real purpose – producing good work that enriches people’s lives. Culture now delivers government policy by other means.

The effect has been to favour individuals and organisations that have become fluent in the jargon of public policy. Funding decisions have become safe, and cultural producers have tailored their outputs to meet the latest round policy priority.

But there is a difficulty with the language of outcomes: artists and institutions do not see themselves as creating outcomes. Cultural experience is the sum of the interaction between an individual and an artifact or an experience, and that interaction is unpredictable and must be open

There is equally a difficulty in talking about the intrinsic value of culture, or 'art for arts sake'. In today’s world it sounds patronising, exclusive and undemocratic.

There is now a growing view within the cultural world that new and convincing methods must be found to validate public funding. This report shows how alternative ways of valuing culture are possible, by drawing on disciplines as diverse as brand valuation by accountants and the language of sustainability used by environmentalists.

Gepost door Stefan Kolgen om 22u37 | Permalink

Jongeren, cultuur en communicatie

18 december 2004

Deze entry wil gewoon even een heel handig werkje rond jongeren, cultuur en communicatie in de kijker stellen. In opdracht van Cultuurnet, CJP en CANON Cultuurcel schreef Franky Devos 'AMBRASSADEURS'.

In deze uitgave komen heel wat bruikbare tips naar voor en worden 'veronderstellingen over jongeren en cultuur' op een onderbouwde manier ontkracht vooral dan omtrent 'cultuurparticipatie' bij jongeren. Eigenlijk geeft het werkje een handig overzicht van de huidige evolutie binnen de communicatie rond jongeren en cultuur.

Verder gaat er de nodige aandacht naar 'cultuurparticipatie'. Naast de invloed van ouders en onderwijs op de cultuurkeuze van de jongere is actieve cultuurbeleving - met name actief deelnemen aan kunstcreatie - van cruciaal belang. Ook het sociale aspect - samen zijn met vrienden of aangespoord worden door vrienden- binnen de kunst/cultuurbeleving kan bepalend werken. Dit laatste blijkt trouwens ook uit de online enquête van HETPALEIS (2004) en wordt onderschreven in de eerste fase van het onderzoek dat ik in 2003 opgestart heb voor Educatieve Diensten in Operahuizen ism. de University of Leeds - School of Education.

Aanvullend bij het werkje Ambrassadeurs vormen de conferentieresultaten van A must or-muse - Arts and Culture in Education: Policy and Practice in Europe (Hagenaars, P., Ed. - 2002. Utrecht, Cultuurnetwerk Nederland.) en 'Who needs Classical Music?' Cultural Choice and Musical Value (Johnson, J. - 2002 - Oxford University Press) rond dit thema interessante aanvullende literatuur.

Gepost door Ann om 15u14 | Permalink

Twaalfde editie van de Belgian Internet Mapping uit

16 december 2004

Uit de nieuwe editie van de BIM blijkt vooral dat Belgen zéér kritische Internauten zijn die perfect weten wat ze zoeken en wat ze willen lezen.

Sommige sites zoals Google scoren heel erg goed op de tevredenheidsmeter, andere krijgen dan weer een erg negatief oordeel. Bedrijven en organisaties die een site op het web zetten, moeten er zich dus heel goed van bewust zijn dat gebruiksvriendelijkheid en volledigheid van informatie cruciaal zijn om de webbezoeker tevreden te houden.

En hoewel 84% van de thuissurfende gebruikers een 'snelle' internetverbinding (ADSL of kabel) gebruiken, blijven sommige Internauten resoluut voor een trage connectie (af en toe inbellen) omdat ze het web voor een aantal heel gerichte functionele domeinen gebruiken.

[bron: insites.be]

Gepost door Ann om 14u15 | Permalink

De discussie neemt aanvang...

13 december 2004

publish.gifOp vrijdag 10 december werd in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel de Belgische adaptatie van de Creative Commons licentie voorgesteld (in het kader van het 8ste Jonctions/Verbindingen festival). Zowaar een hoogdag voor de nuancering van het auteursrecht in België.

In deze snelle tijden van bits & bytes blijkt dat er heel wat onduidelijkheid is ontstaan omtrent het huidige auteursrecht en de afdwingbaarheid daarvan wanneer verpakkingen (hardcover, cd, ...) stilaan verdwijnen en vervangen worden door digitale ééntjes en nullen. Daarnaast biedt de nieuwe technologie mensen kansen om zelf creatief aan de slag te gaan: iedereen wordt auteur in deze nieuwe remix cultuur.

Nieuw is het eigenlijk helemaal niet. Al generaties lang nemen we op wat er rondom ons geschreven, geacteerd, gemusiceerd wordt en verwerken dat tot een nieuwe creatie (cfr. De Gebroeders Grimm - Hans Christiaen Andersen - Walt Disney). Wat creativiteit betreft schuilt er in iedereen van ons wel eens een 'piraat'.

De huidig wettelijke context houdt niet afdoende rekening meer met de wijze waarop mensen uiting geven aan hun creativiteit. De vrije stroom ervan wordt er zelfs door belemmerd.

Creative Commons tracht, onder de vorm van een stel soepele en duidelijke licensies, een alternatief te bieden voor een moderne gang van zaken: 'Sommige Rechten Voorbeheiden" i.p.v. het rigide 'Alle Rechten Voorbehouden'.

Stefan Kolgen, in de hoedanigheid van voorzitter van de vzw C.H.I.P.S., was te gast op deze voorstelling en stak met de volgende woorden van wal:

Lezing Stefan Kolgen dd. 10/12/2004:

Gegroet Medepiraten,

In 1865 schreef Lewis Caroll het befaamde boek 'Alice in Wonderland'. Een werk dat zich momenteel in het publieke domein bevindt en tot op heden nog steeds door heel wat mensen gesmaakt wordt.
In 2001 bracht Adobe dit werk uit als een 'e-book'. De titelbladzijde vermelde correct dat het werk zich in het publieke domein bevond, maar als je de permissies van dit digitale bestand raadpleegde, stond er vermeld dat: je niet mocht kopiëren, niet afdrukken, niet uitlenen en - last but not least - het boek niet hardop mocht voorlezen.

Vandaag gaat technologie bepalen hoe een boek beleefd mag worden als de verpakking verdwenen is. Met andere woorden technologie bepaalt hoe cultuur geschreven wordt en hoe cultuur gelezen mag worden.
We moeten daarom eerst durven discussiëren over hoe een boek zonder verpakking 'ge-remixed' mag worden, vóór de technologie bepaalt wat kan en mag.
Auteurs en lezers maken immers samen deel uit van het creatieve proces.
Dit gegeven beperkt zich uiteraard niet tot de literatuur, maar strekt zich uit tot het brede culturele veld.

Met 'STADSchromosomen', een sociaal-artistiek SMS project, hebben we getracht om nieuwe media en cultuurparticipatie, die zich doortrekt naar alle lagen van de bevolking, met elkaar te verzoenen.
Bewoners en bezoekers van Antwerpen werden verzocht om hun impressies over bepaalde stadsbuurten door te sturen via de mobiele telefoon. Al of niet in poëtische vorm. Eerder ingezonden impressies konden via hetzelfde kanaal ook opgevraagd worden.
Aan het eind van het project voorzagen we de creatie van een bloemlezing uit het rijkelijk ingestuurde materiaal. De auteurs werden daarbij ook meteen de lezers. Een boek geschreven en gelezen door hetzelfde publiek.

Indien we ons moeten beroepen op het klassieke auteursrecht, dan zou dit boek nooit het daglicht gezien hebben. We zouden immers voor elke bijdrage een onderhandelingsproces moeten opstarten.
Daarom is er gekozen voor een nuancering van het auteursrecht onder de vorm van Creative Commons: je mag afgeleide werken maken, kopiëren, delen, opvoeren, etc. zolang het niet voor een commercieel doel is.

Aandachtspunten waren wel de lay-outer en de auteur van de bindteksten voor het boek. Beiden hebben ze zich akkoord verklaard om de publicatie onder CC licentie uit te brengen. Dit kon enkel omdat ze de handen vrij hadden door niet aangesloten te zijn bij een auteursrechtenvereniging.
Op dit ogenblik bestaat er nogal wat onduidelijkheid over de creatieve vrijheden die een auteur, aangesloten bij een auteursrechtenvereniging, zich kan permitteren. Zeker als we kijken naar de technologische evoluties op vlak van publiceren.

Naast de klassiek gedrukte versie van het boek, werd bij STADSchromosomen ook gekozen voor het uitbrengen van drie digitale versies: een pdf, een text-only bestand en een hebbedingetje voor iPod.
Vandaag kan ik als primeur meegeven dat er nu ook een Engelse versie digitaal ter beschikking staat.

C.H.I.P.S. vzw hoopt dan ook dat een groter publiek het boek zal lezen, delen, kopiëren en hergebruiken. Het is ten slotte materiaal van het publiek, voor het publiek.
Een gegeven dat mooi aansluit bij de Creative Commons filosofie, bij het STADSchromosomen-project en bij C.H.I.P.S. vzw.

Gepost door Stefan Kolgen om 10u01 | Permalink

Cultuurnet laat van zich horen

13 december 2004

Net voor de feestdagen pakt CultuurNet uit met de 2de Dag van de Cultuurcommunicatie. Deze keer rijdt de trein richting Brussel, waar een paar honderd communicatieverantwoordelijken en -medewerkers uit heel cultureel Vlaanderen verzamelen in het Paleis voor Schone Kunsten onder het thema 'Who's afraid of marketing?'.

Het cultuurparticipatiedebat van de afgelopen jaren deed flink wat stof opwaaien. Meer aandacht voor het publiek zou de kwaliteit van het aanbod of de collectie aantasten, zo vreesde menigeen. Meteen kwamen ook de pro's en contra's van publiekswerking, cultuurcommunicatie en cultuurmarketing prominenter op de voorgrond te staan. Vooral het woord 'marketing' moest het daarbij vaak ontgelden. Alsof het om iets ‘vies’ zou gaan… Maar is dit wel zo...?

Nu Bert Anciaux opnieuw minister van Cultuur is, staat dit alles weer vooraan op de agenda. Tussen het culturele aanbod en het publiek tekent zich een complex spanningsveld af. Dit is het terrein waarop jullie allen werkzaam zijn en dat wij samen met jou op de 2de Dag van de Cultuurcommunicatie willen ontginnen. Aan de hand van recente expertise uit binnen- en buitenland bekijken we wat de mogelijke en wenselijke interactie is tussen aanbod en publiek.

K&L is aanwezig op deze 2de editie en leidt, tesamen met Annik Klaes van HETPALEIS, twee namiddagsessies rond 'Nieuwe Media'.

Maar dit is nog niet alles. Afgelopen vrijdag kondigde Cultuurnet de lancering van de langverwachte CultuurDatabank aan.

Via een getrapte lancering wordt de prille databank momenteel open gesteld voor diverse gebruikers (invoerders). In eerste fase beperkt voor een aantal test- en pilootpartners, nadien voor élke geïnteresseerde aanbieder van cultuurinformatie.

Gepost door Stefan Kolgen om 9u56 | Permalink

P2P nu ook in België onder vuur

2 december 2004

De auteursrechtenorganisatie Sabam heeft gisteren het eerste doelpunt gescoord in het felbesproken proces tegen provider Tiscali aangaande het blokkeren van gebruikerstoegang tot P2P netwerken ("peer-to-peer").
Op 25 juni 2004 bracht Sabam haar intenties aan het licht via een persmededeling:

"De Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers (SABAM) heeft donderdag 24 juni 2004 bij de rechtbank van eerste aanleg van Brussel een burgerlijke stakingsvordering ingediend tegen Internet service provider TISCALI. Deze vordering, een wereldpremière, vindt onder meer haar verantwoording in de Europese richtlijn 'Informatiemaatschappij' 2001/29/EG. Met deze vordering wil SABAM een einde maken aan het gebruik in België van alle 'peer-to-peer' (P2P) uitwisselingssystemen van bestanden waarmee duizenden auteursrechtelijk beschermde werken in alle illegaliteit worden uitgewisseld ten nadele van hun auteurs, componisten en uitgevers ervan. "

Alles wat we menen te weten i.v.m. auteursrecht vervaagt als sneeuw voor de zon bij de introductie van nieuwe technologieën. Met de introductie van 'bits&bytes' verdwijnen namelijk de verpakkingen (boek, CD, ...) en dan merk je snel dat het bestaande auteursrecht niet meer voldoet.

Het onderwerp is eenvoudig en fundamenteel: mensen willen creëren en delen. Het verbieden van P2P-netwerken is in dit opzicht geen oplossing en zal nefast zijn voor de gezonde doorstroming van vrije creativiteit en dus ook de vrijheid van meningsuiting.

Op de weblog 'one.point.zero' verwoordt men het alsvolgt:

"[...] That is one of the most ridiculous legal decisions I've heard of. Let's shut down the railways while we're at it as some people bring back drugs from the Netherlands by train. Strangely enough, they also went for a small player and not the incumbent with a 15 times larger user base and probably with a legal team to match. Now, they're going to appoint experts to see if it's technically feasible, so nothing may come of it. It all depends how clued-in these 'experts' are. For all I know, it may end up with some random port being blocked somewhere affecting Skype users instead of the target. This is Belgium after all, home of the 'enact a law, think about the consequences or enforceability later' system. [...]"

Op 10 december 2004 wordt de Belgische implementatie van de Creative Commons licenties voorgesteld. Sabam zal deelnemen aan een panelgesprek. Men kan alleen maar hopen dat het gesprek constructief zal verlopen.

[Bronnen: one.point.zero - La Libre Belgique - Internetjournalistiek.be]

Gepost door Stefan Kolgen om 14u11 | Permalink