Zoeken via google:

Six Log

Educatie, publiekswerking, omkadering,...

21 april 2006

De discussie rond educatie, publiekswerking, inhoudelijk omkadering voor het publiek etc... lijkt weer volop te lopen. Een fijne vaststelling, want uit deze discussies komen frisse impulsen en worden zij die er dagdagelijks mee te maken hebben aangezet om er even over na te denken. Het is zeker niet de bedoeling om binnen deze entry een analyse te maken van de complexe materie die met dit onderwerp samenhangt, maar wel om heel even stil te staan bij twee recente publicaties. Let wel bij de ene is er duidelijk sprake van de 'kunstensector' bij de andere is het breder te interpreteren en spreekt men van 'cultuurhuizen'.

Het Brussels Kunstenoverleg publiceerde onlangs een onderzoeksrapport over Kunsteducatie in het Brussels Hoofdstedelijk gewest. Met een overzicht van een heel aantal organisaties die in Brussel betrokken zijn bij kunsteducatie en de behoeften die leven in het werkveld. Het rapport sluit af met een aantal aanbevelingen gaande van erg praktische voorstellen zoals 'maak van kunsteducatie een aandachtspunt bij het opstellen van een lokaal cultuurbeleidsplan, zodat de cultuurbeleidscoördinatoren op lokaal niveau (19 gemeenten) samenwerking tussen kunstinstellingen en gebruikersgroepen kunnen stimuleren' en 'elke maand fungeert een andere kunsteducatieve organisatie als gastheer/gastvrouw voor de rest van de sector en stelt een selectie van zijn werkvormen en projecten voor' tot ruimte voor continue discussie en reflectie tussen de betrokken organisaties, zodat knowhow en ideëen sectoroverschreidend gedeeld kunnen worden.

Ook het extra e-zine van CultuurNet dat deze week in de mailbox viel, vraagt naar deze sectoroverschreidende reflectie. Het e-zine was volledig gewijd aan een traject van 'educatie naar bemiddeling tussen publiek en cultuuruiting binnen cultuurhuizen'. Het gaat op zoek naar wat de bemiddeling tussen cultuuruiting en publiek kan en zou moeten zijn. Het raakt even de vraag 'waarom?' aan en geeft enkele sumiere voorbeelden van hoe het zou kunnen. In vergelijking tot het praktijkboekje dat dezelfde schrijfsters Peggy Saey en Marijke van Eeckhaut eerder publiceerden voor CultuurNet, blijft deze tekst erg conceptueel en moeiljk hanteerbaar. Toch geeft dit artikel zeker nog heel wat stof tot nadenken.

Het is zeker positief cultuurinstellingen aan te zetten om over deze (en ik benoem het nu even als) inhoudelijke publieksomkadering na te denken en te bekijken hoe ze die het meest efficient kunnen inzetten binnen hun werking. De cultuurinstelling en het publiek zijn inherent aan elkaar. Een voorstelling, een tentoonstelling bestaat bij gratie van het publiek. Elk schakeltje dat tot die kunst/cultuurbeleving leidt (en daar ga ik volledig mee met wat in het artikel staat) is belangrijk. Lopende publieksonderzoeken in onder meer HETPALEIS en het MoMu geven aan dat de bezoeker niet alleen naar de voorstelling of naar de tentoonstelling komt, maar dat de weg naar de kunstinstelling, het hapje/drankje met vrienden en kenissen voor en/of na de voorstelling/tentoonstelling, het informatieblaadje en het bezoekerscomfort even belangrijk zijn voor een geslaagde avond als de voorstelling/tentoonstelling zelf.

De educatief medewerker of publiekswerker of... zoals de functie benoemd wordt binnen het kunst/cultuurhuis is het best geplaatst om samen met de medewerkers in huis te bekijken hoe de voorstelling/tentoonstelling best inhoudelijk omkaderd wordt zodat zij die er gebruik van willen maken dit ook kunnen. Je verplicht je bezoeker niet om voor de voorstelling naar een inleiding te gaan luisteren of om een informatief blaadje te lezen, maar je geeft hen wel de mogelijkheid om dit te doen als ze dit wensen.

Daar waar de tekst een vrijgeleide is voor de kunst/cultuur educatieve organisaties, is het verslag van het besloten seminarie terecht genuanceerder. De cultuurinstellingen kijken naar hun specialiteit en voegen zo een stukje toe aan het volledige culturele plaatje waaruit de gebruiker dan kan kiezen. De kunst/cultuur educatieve organisaties kunnen hierop aanvullend werken en hun overkoepelende expertise inzetten daar waar nodig, maar zij horen niet de plaats in te nemen van de persoon die verantwoordelijk is voor de inhoudelijke omkadering binnen een cultuurinstelling. Elk huis heeft immers, zoals uit het verslag van het besloten seminarie naar voor komt, zijn eigenheid. Elke kunstvorm heeft zijn eigenheid en vraagt dus om een 'eigen' omkadering. En meer nog segmenten uit je publiek vragen om een eigen spreektaal.

Of het de bedoeling moet zijn om uit het artikel van CultuurNet een grondvest voor de cultuurinstellingen te filteren is echter nog maar de vraag. Daarvoor lijkt me dit artikel toch iets te eenzijdig. Het thema is meer dan complex en is gewoon niet onder één hoedje te vangen.

Momenteel legt ondergetekende de laatste hand aan een doctoraal proefschrift over het 'waarom' van (en laten we het nu voor de gemakkelijkheid hebben over) inhoudelijke publieksomkadering. Ik heb me toegespitst op opera educatie (het werk is veel breder dan het woord educatie doet vermoeden) binnen enkele opera huizen in Europa. Het omgaan met de kunstvorm is uiteraard erg specifiek, maar de problematiek van het werk overstijgt de kunstvorm en sluit wel aan bij aspecten die in de twee geciteerde teksten terug te vinden zijn. Voor de definitieve resultaten van het onderzoek is het nog net iets te vroeg. Na de eerste onderzoeksfase werd wel een interim rapport opgemaakt waaruit de complexiteit en de warrigheid van de materie naar voor komt. Toen bleek al dat we niet op zoek gingen naar een 'éénduidige', maar een 'meerduidige' visie op het gegeven.

Gezien het werk zo divers is en vanuit zoveel verschillende hoeken benaderd kan worden, lijkt het me sterk dat we uiteindelijk tot een éénduidige defenitie zouden komen. Dat hoeft ook niet. Zowel de naam als de beweegreden achter het werk is zo afhankelijk van de aan de culturele instelling gelinkte interne en externe factoren, dat er vaak heel wat maatwerk bij te pas komt. Mij lijkt het dus zinvoller om enkele grote lijnen uit te zetten. Lijnen die als leidraad kunnen dienen bij het uitzetten, herdenken of profileren van het publieksomkaderende werk binnen het 'publieksbeleid' van een cultuurinstelling.

Die 'Inhoudelijke publieksomkadering' mag gerust breder gezien worden dan datgene wat in het artikel van Saey en Van Eeckhaut wordt aangehaald. Buiten de juiste zaalteksten en het informatieve blaadje, en buiten het werken met scholen is het ook de link tussen het cultuurhuis en de maatschappelijk kwetsbare groepen. Samen met de andere medewerkers binnen het cultuurhuis wordt dan nagegaan hoe mensen die normaal niet tot aan je instelling geraken, makkelijker de stap kunnen zetten. Hier is de samenwerking tussen externe communicatie, inhoudelijke publieksomkadering en intermediairen die in rechtstreeks contact staan met dit publiek cruciaal. Een project zoals 'een brug tussen twee werelden' toont aan dat het werkt.

Samenwerken met andere instellingen uit andere sectoren zorgt vaak voor een breder palet van mogelijkheiden voor hij/zij die wil deelnemen aan een secifieke kunstvorm, ook bij inhoudelijke publieksomkadering. Elke cultuurinstelling houdt zich bij zijn specialiteit, vult zo het plaatje aan en voorkomt zo dat er dubbelop gewerkt wordt.

Sectoroverschreidend overleg is binnen dit verhaal dan ook cruciaal. Niet alleen voor het uitwisselen van informatie en expertise, maar ook om de reflectie rond het thema gaande te houden. Ik juig de overkoepelende initiatieven van CultuurNet en het Brussels Kunstenoverleg dan ook toe. Tijdens de interviewsessies die ik voor de tweede fase van mijn onderzoek heb gevoerd kwam meermaals naar voor dat het ontmoeten van collega's Europees en Regionaal vaak als inspirerende en verfrissende momenten werden gezien, mét invloed op de eigen werking.

Eerder dan om aan een andere benaming te denken - daar zijn we op Europees vlak ook niet uit; diensten vinden de meest kleurrijke titel om hun werk te benoemen of blijven het gewoon 'educatie' noemen - lijkt het me vandaag dus zinvoller om na te gaan 'wat' er in Vlaanderen onder 'educatie' verstaan wordt en hoe het vanuit verschillende perspectieven zou kunnen worden ingevuld. De uiteindelijke keuze ligt dan bij de cultuurinstelling, want als het gegeven van de educatie of inhoudelijke publieksomkadering niet gedragen wordt door het hele huis, werkt het quasi niet of slechts moeizaam.

Gepost door Ann om 16u44