Zoeken via google:

Six Log

Artikel: Publiek Domein - Toegankelijkheid en Nieuwe Media

17 november 2005

Publiek domein is datgene wat openbaar is, gratis en voor iedereen toegankelijk. De kennis/creaties (programmatuur, teksten, beelden en geluiden) die zich binnen het publiek domein bevinden zijn vrij van (auteurs)rechten.
Het is de informatie en creatie die deel uitmaken van onze gezamenlijke cultureel en intellectueel verleden en over het algemeen door elkeen gebruikt en geëxploiteerd mag worden.

De huidige ontwikkelingen binnen de nieuwe media geven het publiek domein, de informatiedoorstroming binnen dat domein en de toegankelijkheid ertoe een hele andere invulling. Internet en de mobiele media hebben de grenzen van het publieke domein sterk uitgebreid en een andere betekenis gegeven. Wat je vandaag op het Net zet, kan wereldwijd gelezen, bekeken of beluisterd worden. Uitwisselen van informatie is een stuk flexibeler geworden. Via de huidige digitale communicatie kanalen vindt informatie makkelijker zijn weg naar de eindgebruiker (Urry, 2003: 64) en is het uitwisselen van deze informatie vandaag een stuk flexibeler dan pakweg tien jaar geleden.

Het hedendaags publiek domein heeft in feite quasi geen omkadering meer en draait eigenlijk om ‘gegevens en kennisbronnen’ die niet kant en klaar geleverd worden, maar bestaan bij gratie van onderlinge sociale interactie: vrije recreatie, openbare ontmoetingsplekken, open informatie-, kennis- en ervaringsuitwisseling (Marianne van den Boomen, 2000) en vraagt naar nieuwe vormen voor deze interactie.

Trendsgewijs zie je dat de gebruiker vandaag erg los omspringt met het oppikken van informatie. Een trend die aansluit bij de houding van wat vandaag de 'ipod' generatie wordt genoemd (Reform, 2005). Met name de jonge computer - en internetgeneratie, twintigers en dertigers met een erg drukke levensstijl, die snel en vlot geïnformeerd wil worden. Er wordt sneller en makkelijker gelinkt, geconnecteerd en gewisseld van de ene virtuele informatiebron naar de andere. De informatie- en kennisstroom komt zo in een fluiidum ( Urry, 2003) terecht wat in hoofdzaak enkel nog gecontroleerd zou mogen/kunnen worden door de gebruikers. Een 'mobiele en open flow' die er voor zorgt dat digitale kennis, creaties en ideeën ten allen tijde en van eender welke plek geraadpleegd kunnen worden.

Dat maakt van het internet een nieuwe 'publieke ruimte' waar zoals Thomas Jefferson het begin 19de eeuw schreef ideas could freely spread from one to another over the globe, for the moral and mutual instruction of man, and improvement of his condition, seems to have been peculiarly and benevolently designed by nature, when she made them, like fire, expansible over all space, without lessening their density at any point...inventions then cannot, in nature, be a subject of property.

Een ‘publiek ruimte’ waarbinnen de gebruikers de spelregels (Rheingold, 2005) bepalen en de mogelijkheid krijgen om verschillende kennis/informatiebronnen met elkaar te associëren en zo nieuwe impulsen geven aan bestaand materiaal. Door zo veel mogelijk informatie digitaal te ontsluiten laat je toe dat deze informatie ten allen tijde en van eender welke plaats raadpleegbaar is. Wil een student een studie maken over de evolutie binnen de programmering van een muziekgezelschap dan kan dat, wil een cultuurgeïnteresseerde meer informatie over een bepaalde collectie in het museum dan is die automatisch beschikbaar. De ene gebruiker vult automatisch het materiaal van de andere gebruiker aan en zorgt er zo voor dat het herbruikte materiaal evolueert en rijker wordt.

Maar een volledig vrije doorstroom van informatie behoort uiteraard het ideale scenario. Net als bij gedrukte en audiovisuele media spelen ook in Cyberspace restricties in het beschikbaar maken/houden van content, waardoor sommige kennis onbereikbaar blijft voor rechthebbenden. Hierbij denken we vooral aan de mogelijkheden van internet – en mobiele telefonie providers die op termijn zullen kunnen gaan bepalen wat de gebruiker al dan niet te zien/horen zal krijgen als content. Jonathan Rintels is er in zijn tekst The future Internet: Open or Closed? - geënt op Amerika - nogal pessimistisch over, laten we hopen dat er in Europa genoeg common sense bestaat om dit te voorkomen en er voor te zorgen dat de gebruiker zal kunnen blijven beslissen over wat hij wil zien.

Daniel Miryck maker van het filmproject The Blair Witch – project, die de Internetserie The Strand heeft opgestart blijft er alvast filosofisch bij: "There are a handful of executives out there who are the gatekeepers of what gets made and seen ... or not. So we just decided to do it ourselves. You’ve already got the largest distribution network in the world on your desktop, and the enduser experience is getting better every day". Dit citaat introduceert zo een ander problematiek deze van de maker en het gebruiksrecht van zijn creaties.

Naast professionelen, krijgen nu ook heel wat verdienstelijke liefhebbers de kans om hun maakwerk de wereld in te sturen, maar hoe zit het dan met gebruiksrecht. Het ‘copyright’, wat er voor moet zorgen dat componisten, auteurs en kunstenaars voor hun creatieve proces beschermd blijven en dus niet zomaar alles ‘publiek’ gebruikt kan worden.

Of nu meteen alles vrij toegankelijk moet zijn voor iedereen, valt te betwijfelen. De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden. Toch dringen er zich veranderingen op aan het huidige ‘copyright’-systeem. Met de huidige tendensen binnen de nieuwe media wordt duidelijk dat het huidige copyright geen steek meer houdt (zie ook de Electronic Frontier Foundation). Alle informatie beschikbaar via Internet of Mobiele communicatie staat immers los van de drager en is dus eigenlijk geen object meer maar een bron van gegevens, die bestaat bij gratie van interactie met anderen. De digitalisering heeft de content losgemaakt van zijn verpakking. Informatie moet dus vloeien en vrij kunnen evolueren doorheen het digitale communicatienetwerk. Voor de voorvechters van deze visie houdt ‘copyright’ dan ook op met bestaan, want de ‘Informatieflow’ kan je niet patenteren. Wel het boek waarin de content gedrukt wordt, maar niet de content zelf (Barlow, 2003), en dan nog, daarvoor wordt nu ook naarstig naar tussenoplossingen gezocht.

Internationaal werkt men momenteel dan ook op alle vlakken aan de bijsturing van auteurs – en reproductierechten. Enerzijds omdat we vandaag ons cultureel verleden naar behoren moeten kunnen veilig stellen voor de toekomst. En anderzijds om tegemoet te komen aan de vraag van de eindgebruiker die hongerig is naar informatie en er vaak ook zelf creatief mee aan de slag wil. Barlow wijst er in zijn tekst trouwens op dat niet de wet, maar de interactie tussen de informatiegebruikers zal zorgen voor restricties op het gebruik van content en hij staat hiermee niet alleen. Kijk maar naar de Open Source beweging.

De Open Source beweging binnen de computersoftware markt, gebaseerd op een licentie die toelaat om een programma in alle vrijheid te kopiëren, verspreiden en aan te passen, toont aan dat dit ook effectief werkt. De gebruiker moet wel steeds aan bronvermelding doen en de aanpassingen aan de software volgens dezelfde principes verspreiden. Resultaat is wel dat het systeem voor betere en stabielere software zorgt dan de gepatenteerde versies.

Deze vorm van omgaan met bronnenmateriaal heeft de naam Copyleft meegekregen. Een woordspeling die alludeert op wat (toe)gelaten wordt. We zien dat dit model nu ook de artistieke en wetenschappelijke wereld aan het veroveren is. In december van vorig jaar werd in België de Belgische versie van de Creative Commons licentie gelanceerd. Creative Commons, geesteskind van Prof. Lawrence Lessig, is gegroeid uit een project waarbij gebruikerslicenties door de auteur zelf flexibel en met verschillende opties kunnen worden toegekend. Kortweg komt het neer op: "sommige rechten voorbehouden". Om een voorbeeld te geven: het boekje STADSchromosomen- beeld van een stad, resultaat van een sms-project waarbij de Antwerpenaren en de bezoekers van Antwerpen werden uitgenodigd om mee te schrijven aan een nieuw stadsverhaal, werd onder deze licentie uitgebracht en bleek tegelijk ook het eerste werkje te zijn wat onder deze Creative Commons Licentie uitkwam in België. De keuze lag echter voor de hand, want hoe bepaal je auteursrecht op een werk dat door vele handen geschreven is en wat ontstaan is bij gratie van de publieke opinie? Inderdaad door er een licentie aan te koppelen die kopiëren en hergebruiken van het materiaal mogelijk maakt, maar niet wanneer het voor commerciële doeleinden wordt ingezet.

In a society where certain voices become louder and everything tends to become more uniform, there is a need for alternative and inclusive voices (Rottenberg 2002:26). The opening up of cultural heritage could make a difference here. The current communication tools offer the possibility to celebrate and cherish the richness of our cultural diversity but the way we manage and disseminate digital information will make the difference.

Ann Laenen en Stefan Kolgen
K&L – Nieuwe Media en Cultuurcommunicatie

Meer lezen:

Barlow, J. (2003) Selling Wine Without Bottles. The Economy of Mind on the Global Net, http://www.eff.org/IP/idea_economy.article en http://www.aula.cc/exposure.

Bosanquet, N en B. Gibbs, (2005) Class of 2005 - The IPOD generation – Insecure, Pressured, Over-taxed and Debt-ridden, Reform, Londen.

Broekhuysen, J en F. Huysmans (2002) Cultuur op het Web, Den Haag, SCP : http://www.scp.nl

Cameron, F . (2002) World of Museums: Wired Collections – the Next Generation, in Museum Management and Curatorship 19 (3), pp 309-315.

Habermas, J. (1991) The Public Sphere, in Rethinking Popular Culture: Contemporary Perspectives in Cultural Studies, pp. 398-404. Berkeley, CA: University of California Press.

Huysmans, F. en J. De Haan (2002) E-cultuur: een empirische verkenning, Den Haag, SCP : http://www.scp.nl

Hunter, C. (1998) The Internet and the Public Sphere: Revitalization or Decay? : http:// www asc.upenn.edu/usr/chunter

Lang Rottenberg, B (2002) Museums, Information and the Public Sphere, Museum International, n° 216: 54/4, pp. 21-28
.
Lovink, G. (2005) The Principle of Notworking- Concepts in Critical Internet Culture, HVA Publications, Amsterdam.

Renaud, A. (2002) Memory and the Digital World: a few philosophical pointers for new memory practices in the information era, in Museum International, 215 (54/3), pp. 8-17.

Rheingold, H (2005) Mobile and Open: A Manifesto, The Feature – It’s All About Mobile, http://www.thefeature.com

Rintels, T. (2005) The Future Internet: Open or Closed? voor Cultural Commons – the meetingplace for culture & policy, http://www.culturalcommons.org/comment-print.cfm

Urry, J. (2003) Global Fluids, Cambridge UK, Polity.

van den Boomen, M. (2000) Openbaar, gratis en voor iedereen toegankelijk, De Groene Amsterdammer, 25-11-2000.

Websites:

Creative Commons (http://creativecommons.org/)
Meer over de Belgische Creative Commons licentie:
IAK : http://www.iak.be, en Mevr. Dusollier – FUNDP – Universiteit Namen: http://www.fundp.ac.be/

Electronic Frontier Foundation (http://www.eff.org/)

STADSchromosomen (http://www.stadschromosomen.be)

(Dit artikel verscheen eerder in MMNieuws jaargang 7 nr. 8)

Gepost door Stefan Kolgen om 10u39