Een SMS-tekst project gebaseerd op het DNA van een stad
22 december 2004The internet has made the global local lezen we in een interview van Sean Dodson met Manu Luksch van Ambient TV in The Guardian van juni 2002.
Op het eerste zicht een vreemde redenering, want Internet wordt meestal gerekend tot die disciplines die het dichtst aanleunen bij de 'globalisering'. Recente technologische ontwikkelingen zorgden er echter voor dat het medium een duidelijkere plek kreeg binnen de 'glocalisering'. Het versterken van het 'lokale' binnen het 'globale' van de samenleving is nu met de huidige communicatiemiddelen een reëler.
Via de mobiele telefoon mogen we dan wel overal en altijd bereikbaar zijn en kunnen we van eender welke plek op eender welk moment een berichtje sturen of een gesprekje voeren, toch worden we steeds weer geconfronteerd met de eigen fysieke omgeving. Voor velen, zo blijkt uit de studie Mobilisation van James Harkin, is het gebruik van de mobiele telefoon trouwens erg gelinkt met de 'directe sociale omgeving' bestaande uit een netwerk van familie, vrienden, medewerkers, buren en kennissen.
Virtuele mobiele gemeenschappen
Jongeren hebben, niet echt verbazend, als eerste gretig ingespeeld op deze nieuwe vorm van ‘samen communiceren’. Via hun mobiele telefoon en tekstberichtjes blijven ze op een snelle en eenvoudige manier in contact met leeftijdsgenoten en vrienden. Het is ‘hun’ mobiel virtueel netwerk. Waar privacy beperkt is, denk hierbij aan de Aziatische landen, zorgt dit netwerk bij tieners voor een vluchtweg uit de wereld van de volwassenen aldus Mitzuko Ito. Via tekstberichtjes delen ze zelfs hun intiemste ervaringen met leeftijdsgenootjes.
Ondertussen is deze trend wereldwijd overgenomen. Mobiele communicatie geeft een nieuwe invulling aan het woord ‘snelheid’ en zorgt voor een andere binding met het ‘sociale leven’, door het initiëren van nieuwe vormen van ‘relaties’ (zie Sadie Plant, On the Mobile). In geen tijd kan je via je telefoon in feite een ‘nieuwe besloten groep’ of ‘virtuele gemeenschap’ samenbrengen, al dan niet gevolgd door een ‘reële’ ontmoeting. Via ‘textmessaging’ kan je met één berichtje een hele groep mensen bereiken. Je kan het zien als een vorm van sociale interactie waarbij de ‘zender’ en de ‘ontvanger’ een zelfde, zij het asynchrone ervaring delen (Howard Rheingold in Smart Mobs). Beide maken, zij het vluchtig, zij het intens, deel uit van een heel ‘eigen’ verhaal, dat zich in eerste instantie vooral ‘virtueel’ afspeelt, maar meestal gevolgd wordt door een ‘gezamenlijke actie’ op een welbepaalde reële plek.
Participatie van de stedeling in een mobiel 'virtueel/reëel' netwerk
Ironisch misschien, maar daar waar mobiele communicatie technologie ontwikkeld werd om ons – zoals eerder al even werd aangehaald – los te maken van een door draden aan elkaar gebonden infrastructuur, zien we nu dat deze technologie erg sterk verankerd is geraakt in de ruimtelijke omgeving van onze leefwereld (Andrew Townsend in Wired/Unwired; The Urban Geography of Digital Networks). In plaats van opgesloten te zitten binnen een huis of kantoor, spreidt het digitale netwerk zich nu uit over straten, parken, tearooms en andere digitaal uitgeruste publieke ruimtes. Het maakt als het ware deel uit van de stad of gemeente en wordt er ook voor een stuk door bepaald omdat iedere bevolkingsgroep binnen de gemeenschap er gebruik van maakt. De relatief lage kost en de eenvoud van de mobiele telefoon hebben er op heel korte tijd voor gezorgd dat wereldwijd en in alle lagen van de bevolking het gebruik ervan beter ingeburgerd geraakte dan het Internet.De cijfers voor België geven aan dat er iets meer dan 76% GSM gebruikers zijn en 82% onder hen regelmatig een tekstberichtje stuurt, of per gebruiker een gemiddelde van 54 berichtjes per maand (bron: Netsize Guide 2004) verstuurd worden om vlug een boodschap door de geven.
STADSchromosomen - beeld van een stad, een stadsverhaal in SMStaal geschreven door de stadsbewoners.
Met het gegeven in het achterhoofd, dat enerzijds het digitaal netwerk zich vandaag de dag uitstrekt over heel de stad en met het feit dat zowat iedere inwoners een mobiele telefoon op zak heeft, vroeg men binnen C.H.I.P.S. vzw (een non-profit organisatie die projecten binnen nieuwe media en creatieve participatie van een breed publiek promoot, organiseert en steunt) zich af of er geen artistieke connectie was tussen de bewoners van het stedelijk weefsel en de nieuwe manier van communiceren. Met wereldboekenstad als achtergrond werd in Antwerpen van maart tot september het multi-mediale project STADSchromosomen opgezet.
De stad en haar districten, gaande van Hoboken tot Lillo, werd ‘virtueel’ opgedeeld in 25 zones, met elk ‘reële’ punten van waarop de bewoners en voorbijgangers uitgenodigd werden op hun impressie over die bewuste plek door te sturen via een SMSje (lees tekstberichtje) en zo mee te schrijven aan een nieuw stadsverhaal. Voor diegene die liever een impressie lazen dan schreven, was het mogelijk om ten alle tijde een eerder ingestuurd berichtje op te vragen. Je kon ze ook doorsturen naar iemand met wie je het tekstje wilde delen.
Om de tussenliggende zones bij STADSchromosomen te kunnen betrekken werd er een ‘virtueel’ punt voor Antwerpen voorzien, de code van dit punt kon de deelnemer dan gebruiken om algemene indrukken van de stad door te sturen.
Parallel met Antwerpen liep het al eerder opgestarte ‘Citypoems’ in Leeds (UK). Berichtjes uit de zusterstad voor dit project konden eveneens via een specifiek ‘virtueel’ punt worden opgevraagd.
Alle impressies werden verzameld op de website (http://www.stadschromosomen.be), waar ruimte was voor commentaar op de ingestuurde berichtjes
Een selectie van alle ingestuurde tekstjes zou aan het einde van het project gebundeld worden tot een ‘reële’ blik van de inwoner en bezoeker op Antwerpen en Leeds.
Tekstjes verzameld tijdens schrijfsworkshops zorgden voor de eerste lijnen van het verhaal en moesten er voor zorgen dat anderen zich geroepen voelden om mee te schrijven.
Het stadsproject kon, gezien de beperkte middelen, slechts de juiste draagkracht krijgen door de intense samenwerking met die divers (socio) – culturele en stedelijke partners, wat voor een sterke verankering in de stad zorgde en voor een ‘tekstpunten-netwerk’ dat een verbinding vormde tussen de meest diverse bevolkingsgroepen. Elke partner droeg zijn steentje bij tot het project. De lijst van partners is tegelijk een staalkaart van de stad gaande van literaire verenigingen (Creatief Schrijven, Stichting Lezen, Antwerpen Boekenstad), die mee gezorgd hebben voor de publicatie en de workshops, tot sociale – culturele - stedelijke en winkeliersverenigingen (HETPALEIS, ccBe, De Lijn, Dienst Recyclageparken, Sering vzw., Toerisme Antwerpen, het stadsbestuur, de districten Berchem - Deurne - Merksem - Hoboken – Antwerpen,...) die als behoeder van een tekstpunt optraden. Radio 1 werkte mee als mediasponsor. Antwerpen Cultuurstad en The British Council waren de belangrijkste financiële partners.
Zelfs met de vele partners die in het project geloofden, was het toch vooral spannend om te zien of mensen ook effectief zouden deelnemen aan het project. Voor de eerste prikkels zorgden tekstjes die via schrijfworkshops verzameld werden. Met als resultaat dat er tegen einde mei al 300 berichtjes online stonden.
Hoewel menigeen zich vragen stelde aan de inhoudelijke haalbaarheid van STADSchromosomen, werd deze twijfel vanaf het begin weggenomen. De inzendingen waren van een verrassende kwaliteit.
Uiteraard zijn niet alle ingezonden tekstjes van een zelfde niveau, maar ze geven allemaal samen wel een goed beeld van wat er in de stad leeft. Bleek trouwens dat bij de teksten waaraan getwijfeld werd of ze wel op de website konden - wegens te kwetsend of racistisch - er spontane reacties kwam bij de gebruikers zelf. Dit schijnbare onevenwicht werd door de deelnemers zelf rechtgetrokken.
Uiteindelijk werden er 575 tekstjes ingestuurd en twee keer zo veel opgevraagd. De meest populaire punten waren ‘Antwerpen Algemeen’ en ‘Transport’ (= openbaar vervoer). De inzendingen leggen vooral thema’s bloot die inherent zijn aan het leven in een stad en zorgden voor de rode draad doorheen de publicatie. 130 inzendingen werden geselecteerd voor de bloemlezing en werden samengebracht in hebbedingetje dat zowel digitaal als gedrukt beschikbaar is en dat als eerste boek in België gepubliceerd werd onder de Creative Commons licentie (http://creativecommons.org/). Niet meer als logisch als je bedenkt dat de tekstjes van de burgers voor de burgers geschreven zijn.
De presentatie van het boekje bracht voor één keer ‘reëel’ alle partners, schrijvers en nieuwsgierigen van het stadsverhaal samen en zorgde voor een bonte mengeling in het publiek en een feestelijke afsluiting van het project.
verder lezen:
C.H.I.P.S. vzw: http://www.chipsvzw.be
Creative Commons : http://creativecommons.org
Dodson, S. Surfing als free as a cloud, The Guardian, juni 2002.
Harkin, J., Mobilisation: The growing public interest in mobile technology, Demos, London, 2003: http://www.demos.co.uk
Ito, M., Mobile Phones: Japanese Youth and the replacement of social contact, Keio University, 2003: http://www.itofisher.com/mito/archives/000037.html
Plant, S., On the Mobile: the effect of the mobile phones on social and individuele life, oktober 2002: http://www.motorola.com/mot/doc/0/234_MotDoc.pdf
Rheingold, H. Smart Mobs, Perseus Books, 2002: http://www.smartmobs.com
STADSchromosomen – beeld van een stad: http://www.stadschromosomen.be
The Netsize Guide 2004: http://www.netsize.com
Townsend, A., Wired/Unwired: The Urban geography of Digital Networks, dissertation, Massachusetts Institute of Technology, september 2003.
Ann Laenen
Free lance consultant cultuurcommunicatie – K & L bvba
Interim Coördinator Antwerpen Open vzw
(Dit artikel verscheen eerder in MMNieuws jaargang 6 nr. 9/10)
Gepost door Ann om 11u09

